woensdag 5 september 2012

De lefgozer.

Het gebouw waarin ik, met vele anderen woon heeft als entree een ruime hal. Je steekt de sleutel in een doosje dat aan het kozijn van de buitendeur is geschroefd, en de twee glazendeuren schuiven met een ruk open. Er is een lift en een trap die je breed verwelkomt en na een tiental treden versmalt. De trap is op het breedste deel betegeld, hogerop wordt het grijs beton. Op het brede deel leggen de bewoners de spullen waar ze afstand van doen. Er lag weleens een warme jas liggen, een fluitketel, serviesgoed, er stonden acht paar kindersportschoenen keurig op maat gerangschikt, dan weer een speelgoedtrein, ook boeken. Daarvan word ik onrustig, van de boeken die daar liggen. Ik zit dan op de betegelde trap en lees in een boek waarvoor ik in de winkel mijn neus op zou halen, zogenaamde 'pageturners', hoe een man zijn hand tussen de band van de rok en de rug van een vrouw steekt en haar string met een ruk stuk trekt, dat windt de vrouw, zijn buurvrouw op. Zo nu en dan raak ik zeer verdiept in een ander boek en besluit het mee te nemen om op de bank verder te lezen en zet het nadien in de kast waar dan een zelfde exemplaar blijkt te staan. Ook probeer ik te raden wat er in een huis gebeurt waar de boeken stonden en daaruit gaan verdwijnen. Dat ontsluit zich niet. Op tafel liggen; 'De dag van de hond', 'Gemengde berichten', 'De begrafenis', 'Portugese brieven', 'Meer', 'Het lange verblijf', mooie verhalen uit de franse bibliotheek van uitgever Wouter van Oorschot, de lefgozer. © Peter Prins.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten