woensdag 27 maart 2013

De natuur is niet menselijk

In het noorden worden de schaatsen ondergebonden en krassen over het ijs van de opgespoten polder. Dat het nog zo koud en onderwerp van gesprek is beheerst de mens. In de ijle luchtlagen boven de noordpool steeg de temperatuur onverwacht en het hogedrukgebied straalde met kracht invloed uit en liet een straffe wind waaien. Opgezweept door de aanhoudende kou begon het volk te morren.
Voor het huis krijsten zo nu en dan halsbandparkieten, de kou verdreef ze, goddank. Ik kan alles verdragen maar deze vogels niet. Daar staat namelijk niets anders tegenover dan de pindavoerende mens.
Wat vroeger mijn angst was, alleen op de wereld te zijn wordt zo langzamerhand mijn wens; de verschuiving van stadsmens naar landman, van gillende trams naar krakende rietkragen. Wij, het gezin waarin ik opgroeide woonden een paar jaar aan de rand van de stad. Tussen ons en het dorp halverwege lag een kleine tuinderspolder. Een enkele koe kon er zijn draai vinden. Er groeide gegroepeerde bomen, bossen vond ik toen. Meidoorn, een enkele berk, bomen met arm dikke stammen, daar bouwde ik mijn hut.
© Peter Prins

Geen opmerkingen:

Een reactie posten