zaterdag 21 september 2013

Une histoire française I

Camping

Ze zijn in Frankrijk; Alicia, van Veldhoven en de kinderen, in Versailles en kamperen ieder afzonderlijk in een eigen tentje dicht tegen een megalomaan paleis aan; zoals Alicia dat noemt. In de tijd van permanente bewoning van het gebouw was het een komen en gaan van metselende bouwvakkers en harkende hoveniers. Hun gekrioel zal de koning en het drieduizendtal personeel een worst geweest zijn evenals het in getal even groot aantal bezoekers die nu als een stampvolle metro door de Galerie des Glaces boemelen. Tussen de portretten zoekt Alicia die van Jean-Charles Pichegruin in wiens gelederen Maggiel Rison meeliep die Pieternelltje van Koot in Weesp bezwangerde, in 1798. Zij werd de moeder van een nieuw geslacht waar Alicia deels uit voortkomt.
Nu zijn ze in een land waar overwegend Frans wordt gesproken. Toch hoort Alicia staande tussen de hoog opgesnoeide bomen op de camping, het dwingende Nederlands van een vrouw, die haar man de les leest en hardop het boek 'hoe het moet met mijn nieuwe tent'. Ook de smeekbeden van een jong kind het nooit meer te zullen doen en er werkelijk spijt van te hebben en tot slot nog een kans te willen krijgen voor de nacht zijn slaapzak dichtritst. Het gejammer vult alle kieren als laag hangende mist en de stalen blik van een ouder ploegt door de verse grond en plaatst er piketpalen. Tenslotte roept het kind zijn vader aan. De laatste trein van die dag rijdt van rechts naar links achter de gesloten ogen van Alicia. Frau Holle houdt vannacht de hand van het kind vast.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

Geen opmerkingen:

Een reactie posten