vrijdag 8 november 2013

De weg van de wind

Door de schrale takken van de liguster in de pot op het balkon, verschijnt het gehelmde hoofd van een man. Een lift brengt hem met geraas tot bij de kruin van de plataan in het publieke plantsoen.
Alicia woont zo'n acht meter boven het maaiveld schat ze. De man staat op het plateau van de hydraulische lift. In zijn handen heeft hij een motorzaag. Zo nu en dan houdt hij het apparaat in de lucht, laat de tweetaktmotor als een kermisattractie razen. Hij zaagt er mee de takken uit de boom, takken vol blad. Aan de voet van de boom staat zijn collega, die raapt de takken bijeen en steekt ze in een hakselaar, die er met brullende orgastische kracht snippers van maakt.
Het is half zeven in de ochtend, het was een kille nacht. De winter nadert en zal, zo wordt voorspeld, ijzig koud zijn. Van Veldhoven kroop uit voorzorg dicht tegen Alicia aan en knorde genoeglijk.
De machines stoppen, Alicia kan niet zien wat er aan de hand is, misschien is het koffiepauze. Misschien schrijft de wet voor dat de mannen, ondanks hun enorme oranje gehoorbeschermers, de transparante viziers en armen als boomstammen door het tillen van het zware gereedschap, het werk moeten onderbreken om in gebed te gaan. Door het raam ziet ze hoe de wind door de takken gaat en het blad haar toewuift.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

Geen opmerkingen:

Een reactie posten