zaterdag 1 november 2014

De natuur rukt op

Eerste luitenant Lansink tilt de koffers uit zijn auto en vloekt, zoals gewoonlijk. Sjouwen dat doe je in de hitte van een ander land, met het wapen op je schouder, desnoods met een gewonde kameraad.

Door de openstaande keukendeur praten zij. Hij zucht, 'Het was een lange rit. Ik zat in een huisje van een kennis, in de buurt van Sluis. Die rijdt daar elk weekend naartoe. Daar moet je toch niet aan denken.'

Voor d'r geestesoog ziet Alicia d'r vrijer, de altijd te dun geklede Van Veldhoven, door het gebied dwalen en met de mensen spreken die er wonen. Mooie rustige woorden wisselen zij uit, in een vergeten tempo. Soms zijn er jonge mensen in beeld die ook in de schoot van dat land wonen en de gang van zaken voor lief nemen, ze kennen drift noch weidse gebaren.

Zij vertelt Lansink er over.

'Ik had angst,' zegt hij, 'voor de daar wellicht heersende bekrompenheid, die oprukkende natuur, vretend aan al het cement. De Hedwigepolder ligt daar toch ook in de buurt?' Alicia beaamt dat. 'Ik zag al van die borden staan.' zegt Lansink.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten