zondag 7 december 2014

De naastgelegen ruimte

'Na een kort ziekbed overleed de schrijver'. Alicia schrok even van deze zin, uitgesproken in het journaal. Een mooi woord vond ze dat; 'journaal'. Dat het stand houdt en niet zoals parapluie werd versimpeld. Even dacht ze aan 'Hersenschimmen', én dat er wel een mooi overzicht van het leven en werk van de schrijver zal komen. Vrienden vertellen dan verhalen en de uitgever zal de man bewieroken. Tot die tijd zal Alicia met de gedichten van Tomas Transströmer op schoot wachten.
Later die dag, het was zelfs al ver in de middag, kreeg ze zin om met Van Veldhoven te zoenen. Om dat te doen moet ze naar de Kleine Stad.
Langs de weg naar het station hingen geen zwarte banieren; de koning was misschien niet dood. In de Kleine Stad had de vrouw van de tweedehandsboekwinkel aan de gracht de etalage ingericht met het werk van de schrijver. Verbaasd zagen Alicia en Van Veldhoven die uitbundige lofzang, de grote stapel boeken.

in deze doolhof van letters

in deze doolhof van letters
zoek ik naar een gaatje
om u een stukje buitenlucht te tonen
of een kinderhandje dat hoepelt.
ik kan wel schrijven akst mik strlos
en bedoelen dat ik niet te spreken ben
maar men zal toch binnenkomen
ik moet verstaanbaar uw werkelijkheid
ontvreemden als een zakkenroller.

oh ik geniet als ik u wanhopig
naar het oude evenwicht zie grijpen
apodictisch conferencier is de dichter
een mol die 's nachts uw land openwroet
en 's morgens staat u veranderd en bevreemd
naar zijn nagelaten werk te staren

het is geen kunst
als stilstaand water diepe gronden te hebben
de dode speelgoedpop met de gebarsten kop te strelen
maar onder de oppervlakte stromend
steeds weer nieuwe huid te voelen
dit gevecht is eindeloos en zonder uitzicht
daarom verlaat de dichter zijn vers als een bedelaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten