vrijdag 26 december 2014

De zevende wet van Tsjechov

Ik vang een koe, een met horens, die melk ik en daarna ga ik naar de groenteman. “Dag groenteman.” “Dag zeer vereerde en welkome klant.” De groenteman ondervindt veel concurrentie van andere groentemannen en doet daarom overdreven vriendelijk, een beetje slijmerig eigenlijk. Ik zeg nogmaals; “Dag groenteman,” Nu kijkt de groenteman misprijzend, hij had mij tenslotte al vanuit het diepst van zijn gekwetste koopmanshart begroet en gaat dat niet nog eens voor de tweede keer doen, ook groentemannen kennen hun grenzen ook al komen velen van ver, vaak van buiten. “Waarmee kan ik u van dienst zijn?” vraagt hij. Bij ouderwetse groentemannen kan men niet zomaar de spullen die men nodig heeft pakken, zoals in de supermarkt. Bij een ouderwetse groenteman speelt men het toneelstuk van de bediening en de klandizie. De spullen die de groenteman verkoopt liggen in kisten buiten bereik van de klant, alleen de groenteman of zijn vrouw kunnen er bij, maar zijn vrouw is er niet, die haalt de kinderen van school en blijft op het schoolplein nog even wat napraten met een andere moeder die straks klant wordt in de groentewinkel, dan veranderen de verhoudingen drastisch, de klant is tenslotte koning en de groenteman slechts de groenteman maar de vrouw van de groenteman blijft zijn vrouw. Zij wordt niet de groentevrouw. Daarvoor heeft zij hartelijk bedankt. "Groenteman, binnenkort is het kerstfeest!' zeg ik. De groenteman knikt, ondanks dat hij niet van Nederlandse komaf is kent hij alle feestdagen uit het hoofd, een goede middenstander speelt bij zijn inkoop in op de komende feestdagen, ongeacht welke. “En omdat het feest wordt wil ik graag twee venkelknollen van u kopen, ja, twee!” De kisten in de winkel liggen vol allerhande groenten maar met twee venkelknollen ben ik al tevreden. “Dat is dan één euro en dertig cent, desgewenst kunt u pinnen. Mag ik u vragen of dit het is wat u gaat eten met de feestdagen?” “Beste groenteman ik ben gevraagd op een belangrijk diner en maak daarom venkelsalade en die koe, die is voor u want de zevende wet van Tsjechov schrijft voor; indien u in uw verhaal met een koe op de proppen komt moet u er aan het eind mee vandoor gaan, alsjeblieft en ze is reeds gemolken.”
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

Geen opmerkingen:

Een reactie posten