maandag 9 maart 2015

In de kamer

Het dier is in de kamer en landt, na een hoekige vlucht, op de warme hand. Daar zit het een korte tijd en stijgt daarna naar het licht van de lamp.
Het gebruikt zuurstof. Het heeft geen longen en geen hart. Het beschikt over een buizenstelsel waarmee het dit chemisch element opneemt.
Zonder een hart wordt er geen helrood, kolkend bloed door de aderen gepompt en raakt het niet vergiftigt door jaloezie. Het zal niet lijden aan het breken ervan en snijden er geen scherven in de ziel.
Het zal niet de brief schrijven die met de flessenpost, drijvend op woelige baren, aanspoelt aan het witte strand en door de zielsverwant met betraande ogen gelezen. Het kan in de brief niet de verontschuldigingen maken dat de kleine vleugels zo' n verre reis toch onmogelijk kunnen dragen, dat een klaarlichte dag, weer en wind alles in de war zullen sturen. Evenmin zal het in de laatste alinea bidden om als verstekeling achter een neergeslagen kraag te schuilen om tenslotte aan het witte strand ineen te storten.
Het kent voortplantingsdrang, om de soort in stand te houden, het is verstoken van plichtsbesef. Het kent een kier waarin het eieren legt waaruit de larven kruipen die verpoppen tot het dier; de kleine vlieg. Het zal weten van de warme hand waarop het keer op keer kan komen zitten. Het gelooft niet dat het de koude nacht lang, hunkerend naar u en het aansteken van de lamp zal uitkijken.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

Geen opmerkingen:

Een reactie posten