zondag 5 april 2015

De kier

In een brief zou ik graag willen klagen over het, door de lokale overheid om bezuinigingsredenen, misschien voor altijd, uitgestelde onderhoud aan de openbare tuin. In het rondschrijven aan de buurt is alles wat nu vrij spel krijgt, beschreven, niet de grijze plekken in het gras vanaf het balkon goed te zien. In de klaagbrief zou ik meteen willen vertellen over de sensatie van weerzin die mij vult en waaraan ik niet herken of die afkomstig is van angst of lust bij het invullen van een formulier aan het loket met de wachtende persoon of van het horen van het geluid dat de harde wind in de kier onder de deur maakt; geluid van een blazende poes.

De poes is het enige dier waarmee ik dat geluid kan vergelijken omdat ik geen andere dierengeluiden ken. De dieren die ik ken zijn van foto's. Daarop zijn ze stil. In de beschrijving wordt niets verteld over het blazende geluid dat ze als afschrikkingswapen gebruiken.

Zoals aan veel in mijn huis ben ik gehecht aan de kier. Staand in de kleine hal boven aan de trap bij de gesloten deur voel ik de krachtige luchtstroom rond mijn blote enkels. Daarna perst die zich in de kier.

Toen ik mijn eerste huis huurde, echt op mijn zelf ging wonen, bezat ik naast een tafel, wat stoelen en spullen voor in het piepkleine keukentje, ook een poes. Het dier haalde ik op bij een vrouw die buiten de rand van de stad woonde. Het jonge dier werd geworpen door de moederpoes die, net als de vrouw, het buitenleven gewoon is. De regels daar zijn hun eigen.

Ik dacht dat bij het wonen op een etage een poes hoorde en dat ik me in gezelschap kon verontschuldigen omdat in mijn huis een onvoorspelbaar levend wezen op eten wachtte. Ook vroeg ik of er iemand was die het dier, dat zich voor een vreemde verstopte, in mijn vakanties kon verzorgen, iemand die in de makkelijke stoel ging zitten wachten om het dier uiteindelijk te kunnen aaien. Toen het krols werd, waaraan het geluid in de kier mij ook herinnert, bracht ik het naar de vrouw buiten de stadsrand, daar viel het mooi samen met de natuur.

Het klagen in de brief besluit ik tussen neus en lippen te doen omdat het herinneringen oproept aan de avonden alleen in bed luisterend naar geluiden, de muziek uit de cafe's.


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

Geen opmerkingen:

Een reactie posten