zondag 26 april 2015

Eenden

In het voorjaar zitten er drie in het natte gras van het veldje tussen de huizenblokken. Twee naast elkaar, de derde zit op afstand.

Als ze in beweging komen, omdat grote stukken witbrood uit een keukenraam worden gegooid, houden ze de kop ingetrokken, de snavel ligt op het bovendeel van de borst.

Waggelend komen ze achter de heg vandaan, de woerd van het paar maakt een zacht kwakend geluid. Het vrouwtje, in haar bescheiden kleed lijkt de leiding te hebben. De tweede woerd volgt gelaten. In de optocht is er tussen het paar en de derde ruimte voor een vierde volgroeide vogel.

Vandaag zitten ze langer en onbeweeglijk in het gras. De woerden liggen zo ver uiteen dat ik niet kan zien welke van de twee met het vrouwtje het paar vormt. De keukenramen blijven dicht. Op een meter bij de dieren vandaan schijnt de zon op het gras, zij zitten in de koude schaduw.

De sloot, die uitmondt in een meer met nieuwe rietscheuten, is vijf minuten lopen vanaf het raam waarachter ik sta. De eenden zullen - als ze weg willen - in de lengterichting van de huizenblokken moeten opvliegen, rekening houdend met de wind en de brede kruinen van twee iepen.

Als de vrouwloze woerd te dicht in de buurt van het vrouwtje komt wordt hij met zagend gekwaak door zijn evenknie verdreven, die strekt de kop ver naar voren en spreidt de vleugels. Even lijkt hij op te vliegen.

Ik ken mensen die dieren menselijke eigenschappen toedichten, dat dieren beredeneerd handelingen verrichten en geperverteerde interacties nastreven.

Niet alleen op het grasveldje tussen de huizenblokken zie ik deze combinatie: twee woerden en één vrouwtje. Voor de deur van de patatwinkel zit ook zo'n drietallig stel.

Of zij de nachten in het gras doorbrengen weet ik niet. Als ik de gordijnen openschuif zijn ze grote stukken brood naar binnen aan het schrokken en hebben ze gezelschap van zilvermeeuwen die grote afstanden afleggen: het veldje ligt ver van de kust af. De meeuwen schrokken de krop vol en vliegen op.

Het zichtbare verschil tussen de twee woerden is dat de één met het vrouwtje een paar vormt en zo het getal twee.

Vanachter het raam kan ik niet horen of ze een zacht kwakend geluid maken. Soms doen eenden zoiets zonder dat de snavel opent, een keelklank.

De woerd van het paar waagt zich achter de heg, uit het zicht van de ander, die nu geruisloos op de poten komt en met schuine kop naar het vrouwtje waggelt en bij haar gaat zitten, alsof hij degene van het paar is.

's Middags zit er een woerd op het bordes; ik kan niet zien welke van de twee of van vele anderen dit is.

Eenden paren in het water.

(vrij naar; 'De Koeien' door Lydia Davis, 'De taal van dingen thuis' Atlas Contact 2014)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten