dinsdag 26 mei 2015

Bodhisattva

De ruisende regen maakt u wakker, toch sliep u niet, u zit aan tafel met de ellebogen aan de weerszijden van het boek, beide handen tegen het hoofd.
Op de bank ligt de krant, slordig gevouwen. Die is daar door de berichtgeving geïrriteerd achtergelaten. Het is een krant vol klachten van mannen en vrouwen die campings beheren, hoteleigenaren en -tot uw verrassing - overkoepelende organisaties en belangenverenigingen. Een nieuw spoor is gevonden waarover de kar kan rijden: het weer, een achtbaan.

'De menselijke geest raakt in de war door voorspelling van de weersverwachting op lange termijn. Dat maakt de mensen wantrouwig en houdt ze alleen maar binnen. Ze durven niet naar de belendende provincie af te reizen, om uitheemse zandruggen en bossige vennen te bezichtigen. Weermannen en –vrouwen zouden moeten benadrukken dat na de regen weer zonneschijn komt en de mens tussen de buien door er best nog even uit kan, snel een hotelletje, het bed in, er weer uit, de uitsmijter verorberen, afrekenen, weer naar huis, en dat het gras ergens anders groener is, een weide gevuld met antilopen.
Over het weer in het verre zuiden moest maar eens gezwegen worden, daar wonen de potverteerders, lapzwansen, verschrikkelijke mensen. Daar schijnt de verzengende zon en blakert de aarde almaar zwarter. Dat moeten ze zeggen.'

Hier hoort u de regen ruisen. Ergens verderop wordt hinder ondervonden, een hond die achter een andere aanrent en daarbij blaft, de leiband om de enkels wikkelend, een deur die niet goed wil sluiten omdat de vingers van een huilende man ertussen zitten.

U staat aan de kant en houdt u stevig vast aan de mening dat u niet meespeelt, dat u niet vergiftigt bent – om mani pad me hum – dat u een bodhisattva bent, u bent wat door de kamer gaan lopen en overweegt een trui aan trekken.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

Geen opmerkingen:

Een reactie posten