donderdag 20 augustus 2015

Een Noorse bakkerswinkel




Er is geen aanwijzing, niet in het boek dat vader leest of in de stem die hem doorgaans het een en ander influistert maar is zijn conclusie; 'ik richt een Noorse bakkerswinkel op...!'

Aan de basaltstenen achterwand hangt hij een smalle plank waarop gevlochten broden moeten gezet. De ruimte tussen de toonbank en de muur is klein, kleiner dat dan hij er begrip voor heeft, een man én een vrouw van normaal postuur kunnen er niet keren.
De platte broden zet hij als moderne romans voor het winkelraam en een vrouw met fijnbesneden gezicht en oplichtende ogen gaat er naar vragen. Eerst wrijft ze aan haar schort de handen droog.

Vader kent deze soort, zij vangen meeuwen, bijten ruwweg de kop van de kabeljauwen en met beekheldere stemmen stellen zij vragen over het brood.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten