zondag 3 juli 2016

Het muurtje en het kalf


Doodgemoedereerd loopt Van Veldhoven naar het muurtje bij de dam
verderop. De broers hadden het gezet als erfscheiding zeiden ze. Dit hier,
wijzend naar het gras, het riet, wat ganzen en eenden, hoort aan ons, en
verderop is het van hun. Wat met 'hun' werd bedoeld begreep Van
Veldhoven: hun die aan het eind van de dam, op het vasteland zeg maar,
hun huizen en schuren bouwden. 'Ons' betekent dat hij het lapje gras deelt
met de broers en moet onderhouden. Dat, als hij vanaf de dam deze kant op
zou komen, zij bijvoorbeeld tegen hem kunnen zeggen dat-ie daaraan moet
doen: het riet snijden en het gras wegzeisen.
Het muurtje is hoog genoeg dat-ie er zonder moeite op kan gaan zitten,
zonder sprongetje of door z'n knieƫn te moeten zakken. Dat hadden die
mannen toch wel mooi voor mekaar.
Er schijnt een bleek zonnetje en de gele en paarse morgenster houden het
bloemblad gesloten. 'Wat het weer betreft belooft het vandaag niet veel
goeds,' mompelt hij.
Van over de dam komt Alicia aangelopen, ze heeft een kalf dat, gelijk Van
Veldhoven, doodgemoedereerd meesjokt aan een touw. 'Wat moet dat kalf,'
vraagt VanVeldhoven. 'Hier,' zegt ze, en wijst naar het gras. 'Zou een geit
niet beter zijn?' 'Nee, joh, aan een koe heb je meer.' 'Het is nog een kalf.'
'Klopt, je moet ook wachten.' Het dier kijkt nogal dom in de verte, waar het
zojuist vandaan kwam. 'Zou het terug willen?' vraagt Van Veldhoven zich
hardop af, 'erg snugger lijkt het niet.' 'Het heeft gewoon een treurige snoet,
dat hebben koeien nou eenmaal' bezweert Alicia en gaat naast Van
Veldhoven zitten, 'en, het went wel, jullie allebei, geef het wat tijd, mooi
muurtje trouwens.' 'Hebben de broers gezet, als erfscheiding.' Alicia knikt
instemmend, het kalf begint met grazen.
©

Geen opmerkingen:

Een reactie posten