maandag 28 november 2016

Theedrinken


Verderop wordt nog wat tennis gespeeld. Spel van de derde garnituur, mensen uit de buurt, na de middag in 't cafe. Dit is zo'n beetje de enige heisa, op een stuk of negen mannen in bovenmaatse regenjassen na; zij sjouwen met hekken, rollen de geblokte linten af die zij na het uitstoten van commando's en het maken van brede gebaren weer oprollen.
Naast de deur waar net een bleek zonnetje schijnt, de ketel ruist en het water de pot in kan, is het rustig. Het gekrakeel en de honderden meters die omgelopen zouden moeten worden vanwege het rozenfeest, is uit het zicht van de broers. Zij kijken afwisselend naar mekaars ongeschoren bakkesen en de stapel kranten. “Die berg kan nu de kachel wel in,” oppert de tien minuten jongere. De oudere heeft er moeite mee, met het afscheid van de berichten. “Moeiteloos doorbraken ze de sleur.”
“Dat zeg je best aardig, zo po√ętisch.”
“Ik bedoel het toch echt anders.”
De jongste zwijgt, hij wil de lummel niet zijn, een misverstand is sneller dan een schot hagel, die kranten staan er vol mee, met dat soort trammelant. Hij schenkt het water in de pot en doet er twee scheppen lapsang souchong bij; even schakelen naar een ander onderwerp.
“Die bank, die van onder de appelboom, kan die naar de buurman? Hij tikte eergisteren tegen de ruit en stak zijn duim omhoog dat-ie het wel ziet zitten.” De oudere loopt naar het raam.
“Geef-em dan ook van die sla, die is nu groot, de rest kan aan de kant van de weg, tien cent de krop. En dat theedrinken, daar houden we ook maar eens mee op.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten