zondag 26 maart 2017

...

Het driedelig grijs waaraan hij op afstand kon worden herkend, waarvan het vestknoopje hier ligt, de nauwelijks zichtbare schilfers niet meer en passant van zijn warme schouders worden geveegd, hangt in die kast daar, een trainingsbroek vindt de verzorging handiger.

woensdag 15 maart 2017

Er leefde eens



Er leefde eens een man die plompverloren aan een andere man dacht die op een paard reed. Hij had geen man in zijn vriendenkring of net buiten de rand ervan, die zoiets deed.

Er leefde eens een man wist niet waar hij andere man, waaraan hij plompverloren dacht te zullen gaan vinden en of die het paard op de juiste manier verzorgde, de hoeven na elke rit schoonkrabde.

Op zijn erf bouwde hij een plan om de paardrijdende man te kunnen vinden.

De vrouw van er leefde eens een man legde diens kleren in een koffer, de oude stille koffer die achter in de kast wachtte, en tot dan nergens naartoe gebracht was, tot er leefde eens een man plompverloren aan een andere man dacht die op een paard reed.

Geblinddoekt wilde de vrouw van er leefde eens een man raden waar de andere man woonde om die te waarschuwen dat haar er leefde eens een man een plan aan het bouwen was hem te vinden.

Toen zijn plan af was nam hij de oude stille koffer in de hand.

vrijdag 10 maart 2017

Nesten


In de nu nog bladerloze plataan in het grasveld voor de deur hebben de eksters vorig jaar het schijnnest opgetuigd. In een boom verderop pronkt het echte nest: de vesting.

De bouw van het schijnnest koste moeite omdat twee kraaien er zich tegenaan bemoeiden. Waar die bemoeizucht voor nodig was is niet duidelijk geworden. Het was een gedoe, de vesting verderop moest daarbij ook worden onderhouden en verdedigd tegen de zeurende krassers.

Twee houtduiven die eerst de jonge kastanje, een dag later in de zilverberk de vermoorde onschuld repeteerden en even later quasi nonchalant op de takken bij het schijnnest het verenpak op orde brachten, de lente is tenslotte in aantocht, schoven allengs dichterbij, plukte er een takje weg, legde er een takje bij; 'kijk ons eens goed bezig zijn'.

Het laat de eksters siberisch dat de duiven, vrijgesteld van het offer dat een nest bouwen vraagt, de comfortabele bundel takken als hun eigendom zijn gaan beschouwen.

zondag 26 februari 2017

Denkbeelden


Tot weinig spreken bereid zitten zij, de vrouw en de man, aan haar tafel.
Er is een verschil in denken over het drinken van koe-, geiten-, en schapenmelk en de industriële aanwezigheid van goden of slechts één. Het verschil in denken is niet zodanig dat de zwijgzaamheid daar naar verwijst; de vrouw is verdiept in een boek, de man schrijf in een schrift.

Brengen zij hun meningen te berde, over het drinken van melk en het bestaan van goden, is dat niet om hem van de slechtheid van het drinken van melk en het bestaan van vele goden of slechts één te overtuigen, noch haar te overtuigen van het tegendeel. Beide zijn gesteld op parallelle werelden en pretparken en bezichtigen de denkbeelden.

Wat betreft het drinken van melk kan het voorkomen dat de man daarvan denkt dat de vrouw gelijk zou kunnen hebben, aan de industriële aanwezigheid van vele goden of slechts één twijfelt de vrouw niet.






© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

zondag 12 februari 2017

Van de bank opgestaan




Van de bank opgestaan, waar ik lag te lezen, om daarna in het notitieboek deze aantekening te maken, naar de leeszaal in het oostelijke deel gaan, aan één van de met schotten gescheiden werkplekken bij het raam dit boek neerleggen, benevens mijn aluminiumkleurige puntenslijper, twee potloden, het gele, het blauwe met gouden biezen, en het werk te corrigeren,

om te niet verzuimen af te stappen, niet door fysiek instinct gedreven verder te fietsen, het park vol fluisterende wandelaars in, en daar kuierend langs het naar de horizon toe versmallend grindpad te genieten van deze zonnige dag,

in de ruime, lichte zaal bij het raam te zitten, waarachter trams rijden, mensen in opzichtige werkkleding, met het hoofd in de nek, het hydraulische werktuig te zien bewegen, waar een man en een vrouw de hond uitlaten, – een echtpaar dat in een grootwarenhuis langs de uitstallingen dwalend, overlegt wat afzonderlijk door hen wordt begeerd? (zij hem en hij haar?) – ,

mijn zwarte korte jas over de rugleuning van de kuipstoel te hangen, in het shirt met korte mouwen een actieve indruk te maken.

Deze jas sla ik al seizoenen lang om mijn schouders, met de herinnering dat het die jas is die een buurjongen aan mijn zoon gaf. Hij accepteerde die, maar droeg 'em niet. Bij het keer op keer aandoen, speelt dit woordloze gebaar tussen twee vrienden zich weer af voor mijn geestesoog.

Deze zin overdenkend kijk ik op van het werk en zie aan de overkant van de straat een jonge vrouw met een sigaret tussen de lippen op een bejaarde man toelopen die onmiddellijk begrijpt wat zij hem wil vragen en haar zijn aansteker aanbiedt.

Ondertussen kluift een vrouw in de koninklijk oranje truitje, twee stoelen verder, hongerig ongestoord op de nagelriemen van haar linkerhand, denk ik dat de tram een dienstregeling heeft van om het kwartier te moeten vertrekken. Dan zit ik hier al anderhalf uur, bij tijd en wijle afgeleid door schuifelachtige geluiden die uit eerbied voor duizenden boeken en de dagelijks verse kranten in de leeszaal klinken,

aan de overkant een vrouw bij haar huis aankomt, een benedenwoning. Het grote raam aan de straatzijde is tot halverwege geblindeerd, haar binnenleven beschermend tegen de blikken van de voorbijgangers. Het geluid van de sleutel in het slot laat haar man met wanhopige blik reikhalzen over het geblindeerde deel. Eindelijk. In angstige spanning heeft hij op haar verlate komst gewacht, rusteloos vanwege een ongeduldige hond. Zonder om te kijken geeft zij met de linkervoet de deur een duw.

maandag 6 februari 2017

Wollen muts


De bezorger van kranten belt tijdens het werk met zijn moeder, die mijlen verderop, zuidwaarts, over een zes minuten zegt ze, de keuken in moet en een gloeiende hekel heeft aan het weer waarin haar zoon werkt.

Zij kent de wijk, de namen op bordjes in portieken die hij zoekend letter voor letter opleest, zijn vloeibare verhalen, en wil dat hij de wollen muts opzet.

zondag 29 januari 2017

Winterlied


Van de ene naar de andere stad reist hij en ziet vanachter het coupéraam huizen voorbij flitsen, het licht in ramen, de trage gang van de koeien, de deurensluitende boer, laaggedakte loodsen, uit de industrielecomplexen wegfietsende werkers en aan de zoom van een akker, dan weer aan dat van een weiland of geestgrond, het coulissebos met aan de voet hopelijk ligusterstruiken.

Deze kustprovincie kent hij en weet dat achter die coulissen de duinen liggen die de zee bedwingen. Aan het uitzicht verandert nauwelijks iets; soms verkleurt het boomblad, wordt in een bouwput een gebouw opgetrokken. Staat de trein stil na de aanrijding met een persoon die het strakker aantrekken van het corset niet verdroeg, opnieuw een blad.

De mannen die in en uit stappen is hij gaan herkennen, zij hebben inmiddels hun baard kunnen laten staan, en dragen nu het koud is hun wollen mutsen.

maandag 23 januari 2017

Glans van de meest aantrekkelijken


We zaten op onze oude bank, verdiend met het verkopen van nog oudere dingen welke we dachten niet meer te zullen gebruiken, en keken naar een programma dat tot dan toe onze belangstelling niet had.

Er kwamen mensen in voor die wij, los van elkaar, toen hij boven was en ik op de oude bank zat het tijdschrift las, eerder zagen en de meest aantrekkelijken voor het eerst. Zij bewogen door een stad die geen van ons kende. Het was daar zo dat de meest aantrekkelijken de glans kregen die het huis verwarmde.

Zwijgend zaten we, zoals een man en een vrouw of vader en zoon. De nergens beschreven opdracht was om op de oude bank te zitten kijken naar hoe die anderen in die vreemde stad bewogen en de warmte van de glans van de meest aantrekkelijken te voelen.

vrijdag 13 januari 2017

plastic bakje


Naast de warmwaterkraan staat een plastic bakje. Als het je aan ervaring en brede kennis nopens plastic bakjes ontbreekt omdat je nooit in warenhuizen komt waar een grote verscheidenheid aan plastic bakjes te zien zijn en je nooit bij de afhaalchinees, zoals die hier beneden of die hier om de hoek, je eten haalt, dan zou je zeggen: het is een broodtrommeltje.

Klein keukenafval; de buitenste, naar geel toe, verkleurde velletjes van spruiten, een nat tiende deel broodkorst, restjes van etensborden, de harde schil van de avocado gaan er in. Pitten daarentegen, verdwijnen met een sierlijke boog de tuin in. Zomer's dansen fruitvliegjes als minuscule drones rond het plastic bakje.
'Aardbei' is al even opmerkelijk als 'strawberry', maar dit terzijde.

donderdag 12 januari 2017

Terwijl


een radiovereniging oproept vanavond een kaars te branden, zet religie voet aan wal en werpen bipolaire algemeen directeuren van ondernemingen, in de volksmond ceo's genoemd, munten op een groen laken om besluiteloosheid te doen keren, is er een in hoge mate stimulerende vrouwenstem aan de telefoon die informeert naar de stand van de erectie, stapt het merendeel van de reizigers uit, is er plaats voor nieuwe reizigers, waaronder zij, bescheiden lachend, met een beker koffie in de hand en wandelt haar man ondertussen met de hond.

Terwijl de nieuwe reizigers met enige ophef telefoons uit de zakken en tassen halen, spuugt hij alvast zijn gal en zegt een ander, plusminus 27,5 jaar, dat-ie onderweg is en de schilders straks misschien wel koffie willen, vraagt zij zich wat Spinoza precies bedoelt als hij 'God', 'Rede' of 'Wijsheid' zegt, blijkt onder zijn alledaagse begrippen een inhoud schuil te gaan die zo revolutionair is dat je jaren nodig hebt om de explosieve kern bloot te leggen, zijn er akkers geploegd, draagt zij, die bescheiden lachende vrouw een ring met een kostbare steen en blijft het voor de tijd dat het duurt ongewis wat hiermee wordt uitgedrukt.

Terwijl het mogelijk is een robuuste afvalverzamelaar te winnen met het oplossen van een puzzel, zet de man, die met de bescheiden lachende vrouw van zitplaats ruilde, zijn zonnebril op, maken de naar binnen gevouwen lippen en neergetrokken mondhoeken hem bitter, rijdt de trein over een spoorbrug boven een zesbaansweg waar tien jaar geleden een herdershond werd doodgereden.

Terwijl in alle gemoede is afgevraagd of het wonen op een eiland voor de kust voor de lage en middeninkomens nog wel mogelijk is nu de huizenprijzen op die zandhopen tot grootstedelijke hoogte stijgen, hij in zijn burberry met verwijtende nonchalance door het middenpad loopt, trekt de lucht dicht, steekt er wind op en neemt het geloof in Sinterklaas en Zwarte Piet onder de volwassenen toe, schuift het einde van het jaar verticaal door de horizontale tijdlijn, valt het boek open op pagina zes en dertig:
The hamster conceived this philosophy by observing that it did not commit suicide. 'I am perpetuating a concious state of being by eating and breathing and thinking and not slitting my wrists,' the hamster thought unexcitedly, 'therefore my philosophy – derived from my actions, wich are pre-philosophical, or something – is that I am a concious being and I want to live, that all concious beings not working towards or in the act of suicide also want to live, and that I should therefore behave in a way that allows the most organisms the best of life.

zondag 1 januari 2017

ter uwer verjaring


zondag 01-01-2017, de eerste uren, boeddhistische tijd, een breekplaat voor vogels, zonder mensen, heeft met Zen en de zeer dichte mist te maken, houden het nog vol.

Niet eens uit reten, of ademloze spelonken komt hij aangedraafd, de tijd die dicteert, het hoofd tussen de handen neemt en influistert.

donderdag 22 december 2016

De witte kerst


Woensdag 21-12-2016

Hà, na vandaag zal de koperen ploert met de dag hoger aan het zwerk komen te staan. Dit betekend dat het binnenkort pasen en voorjaarsschoonmaak is.
U permitteert het mij een kleine opmerking te maken over het gewauwel 's morgens op radio vier. Tussen de best aardige klassieke moppies mekkerde de presentatrice over het alsmaar wegblijven van de witte kerst, en of de luisteraars hierover hun mening maar willen geven. Voorts is het ook mogelijk om uw stem uit te brengen op het favoriete kerstlied. Het aantal liedjes waaruit u kunt kiezen is beperkt, maar komen voornamelijk uit het Angelsaksisch taalgebied.

Beste, dit land ligt aan zee, onder de kust ervan stroomt relatief warmwater van zuid naar noord, en waait er een, door de bank, of zo u wilt door de band genomen, niet aflatende zuidwestenwind. Deze twee factoren zijn de oorzaak van het zo kenmerkende weertype in dit land; matig winterweer, matig zomerweer, hier en daar en bui en op weg naar het werk windtegen.

Een witte kerst is amerikanistisch geneuzel.

U hebt gelijk, de radio kan ook uit opdat ik het gezever niet hoef aan te horen, maar dan ontbreekt het mij aan stof om te mopperen, inherent aan het beschreven weertype.

maandag 19 december 2016

Flauwe krachten


De jongen met bruin golvend haar en bezitter van kennis over de liguster loopt naast zijn zus op de waranda. Zonder omhaal springt hij de drie meter lagere tuin in en verandert daar in gum. Zus, die liever met botanici van doen heeft en van treuzelen houdt, roept de vader, de ingenieur. “Let nu goed op” , wijst hij waarschuwend naar de scheiding in het haar, “dit is die droom waarin je bent die je er buiten niet bent, eindelijk.” Aan de voet van de liguster ligt gum. “ Lijdt het?” informeert zus. “Nee, het is pech, daar heeft het recht op en het kent de wet.” De buitengewoon respectabele arts, door alle moeders met enthousiasme overladen, constateert dat dit de fenomenale transformatie is: “Uw flauwe krachten, condensstrepen, oude sporen en couscous van kiezels” - zijn hand op de borst van de vader - "hebben hiertoe geleid.”

dinsdag 13 december 2016

Terreinbanden


Achter dat ene raam tussen de enorme hoeveelheid donkere ramen in de nieuwerwetse gebouwen rondom de binnenhaven, brandt die lamp, een kale peer, dag en nacht.

Dat is het eerste dat 's morgens vroeg is te zien na het openschuiven van de glasgordijnen en de deur van de haak; de thermostaat staat op twintig, de kamer komt op temperatuur.

In het licht van die lamp, een kale peer, gaan de pagina's van een prospectus van hand tot hand, bij het haperen wordt aan een wijsvinger gelikt, en zetten ogen alvast de route uit waar terreinbanden stof zullen opwerpen.

maandag 5 december 2016

Het boek, een jankende hond


De schrijver en de interviewer zitten aan een tafel. De productiemedewerker heeft er twee glazen water klaar gezet en het lijvige boek. Aan het eind van het gesprek nemen de schrijver en de interviewer bij wijze van afsluiting een slokje.
Zij spraken over het boek, over de inhoud en de personen die in het boek figureren. De interviewer laat zien dat hij het boek aandachtig gelezen heeft. De schrijver stelt dat op prijs. Niet dat hij de interviewer daarmee openlijk complimenteert; hij ontspant, niets van de letterlijke inhoud van het boek zal worden prijsgegeven. De personen die in het boek figuren worden op afstand bekeken. Gedurende het gesprek tilt de interviewer het lijvige boek op, houdt het voor het oog van de camera en prijst het aan. Beide zijn goede sprekers die ons weten te boeien.

Als wij langs de boekwinkel lopen schiet ons dit intelligente gesprek te binnen. Zouden wij het boek nu willen kopen, en ons er dagen dagenlang door in beslag laten nemen? Zeer korte verhalen zijn praktischer, denken wij alles afwegende. Na het slot kan een was gedraaid en onbekommerd de tuin ingelopen worden, de wasmand op de heup, zonder dat het lijvige boek als een jankende hond binnen achterblijft.


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

maandag 28 november 2016

Theedrinken


Verderop wordt nog wat tennis gespeeld. Spel van de derde garnituur, mensen uit de buurt, na de middag in 't cafe. Dit is zo'n beetje de enige heisa, op een stuk of negen mannen in bovenmaatse regenjassen na; zij sjouwen met hekken, rollen de geblokte linten af die zij na het uitstoten van commando's en het maken van brede gebaren weer oprollen.
Naast de deur waar net een bleek zonnetje schijnt, de ketel ruist en het water de pot in kan, is het rustig. Het gekrakeel en de honderden meters die omgelopen zouden moeten worden vanwege het rozenfeest, is uit het zicht van de broers. Zij kijken afwisselend naar mekaars ongeschoren bakkesen en de stapel kranten. “Die berg kan nu de kachel wel in,” oppert de tien minuten jongere. De oudere heeft er moeite mee, met het afscheid van de berichten. “Moeiteloos doorbraken ze de sleur.”
“Dat zeg je best aardig, zo poëtisch.”
“Ik bedoel het toch echt anders.”
De jongste zwijgt, hij wil de lummel niet zijn, een misverstand is sneller dan een schot hagel, die kranten staan er vol mee, met dat soort trammelant. Hij schenkt het water in de pot en doet er twee scheppen lapsang souchong bij; even schakelen naar een ander onderwerp.
“Die bank, die van onder de appelboom, kan die naar de buurman? Hij tikte eergisteren tegen de ruit en stak zijn duim omhoog dat-ie het wel ziet zitten.” De oudere loopt naar het raam.
“Geef-em dan ook van die sla, die is nu groot, de rest kan aan de kant van de weg, tien cent de krop. En dat theedrinken, daar houden we ook maar eens mee op.”

zondag 20 november 2016

Wartburg

Wartburg

Van Veldhoven opent het portier van de gele auto. Had hij dat met de gebruikelijke nonchalance gedaan dan viel het ongetwijfeld van de scharnieren. Eenmaal dichtgetrokken lijkt het wel in het koetswerk te willen blijven zitten.
“Niet tegen leunen als je rijdt, anders flikkert het toch nog op straat,” adviseert eerste luitenant Lansink b.d., die de auto voor een habbekrats op de kop tikte en in de richting van het oosten wijst.
“Iedereen daar rijdt er in zo'n ding, vergeet niet onder motorkap te kijken, dan leer je nog eens wat”.
Het pad op de dijk achter lijkt wel geschikt om die koffiemolen, volgens Alicia, uit te proberen.
Het is weer wennen om na het wanhopige gekreun van de startmotor aangeduwd te worden. Maar minder onbegrijpelijke elektronica in een auto, en 'duwen..!' te roepen, 'nu in z'n twee, dan gas en in zijn vrij!' vindt Van Veldhoven een wereldverbeterende gedachte.
Zo'n beetje in de bocht, waar als het plenst een poel met snel opschietend riet ontstaat, glijdt de Wartburg van de glooiing. Melodramatisch duwt Van Veldhoven het zonneklepje omhoog. De drassige grond heeft de profielloze staalgordelbanden als oude vrienden omarmd.
“Gaat het een beetje...?” vraagt Alicia. Van Veldhoven draait het portierraam omlaag,
“Ik dacht dat het papavers waren, dat daar waren vuurvogels, maar nee: het waren huzaren, huzaren...” *


*uit: Vruchteloos, Adriana Symariska

zondag 13 november 2016

Zwart


Buiten is het nog zwart, zwart als de man die munten in de sigarettenautomaat stopt en aan de lade trekt en dan luidkeels haar naam uitschreeuwt. Zijn dronken stem slaat over bij de dubbele klinkers, die kaatsen tegen de gevels. Ze kreunt, hij draagt dezelfde dubbele klinkers in zijn naam. Zijn donkere huid en tongval van een ver werelddeel maken haar genotzuchtig kosmopolitisch. Ze schuift het raam open. Hij weet dat ze komt, altijd. “Hij doet het niet,” en wijst op de automaat. “Je moet er ook genoeg ingooien.” “Dat deed ik.” “Als je dat deed, dan doet-ie het, anders niet.” “Nu niet,” daarna flemend haar naam.
Weer gaat ze naar beneden, weer pakt ze van achter de toonbank zijn sigaretten en weer zoekt ze in de winkella de sleutels. Dat de peignoir bij het aanreiken van de Miss Blance wat openvalt, zijn stem weer zacht wordt, maakt haar buigzaam.

woensdag 9 november 2016

Wim


Poepend tel ik het aantal rollen wc-papier en moet aan Wim denken die de ramen van zijn huis niet lapte. Toen het kon liet hij zijn snor staan omdat hij een bewonderaar van Nietzsche was geworden. In de winkel op loopafstand van zijn huis verzorgde hij de administratie en strekte heimelijk lachend zijn benen onder het bureau.

maandag 7 november 2016

Meditatie


Op tafel ligt een kaartje, een afspraak bij de dokter, eigenlijk bij de sociaalmedisch verpleegkundige, om bloeddruk te laten meten. Er zijn medische handelingen die een sociaalmedisch verpleegkundige, even goed als een arts, kan uitvoeren. Tijdens de meting, die enige tijd gaat duren denk ik aan de zestiengangen versnellingsbak in de hoop deze te begrijpen. Een versnellingsbak of gangwissel wordt in bijna alle motorvoertuigen toegepast om het vermogen van de verbrandingsmotor op een efficiënte manier naar de wielen over te brengen. Een verbrandingsmotor levert zijn maximale vermogen slechts in een beperkt toerentalgebied. Een versnellingsbak zet het optimale toerental van de motor om naar een ander, in tegenstelling tot wat de naam zou laten vermoeden, doorgaans lager toerental van de cardanas. Vaak wordt hierbij ook nog gebruikgemaakt van een toerentalsensor.