woensdag 28 november 2012

Simeon ten Holt II

14-05-2012 Canto Ostinato
In de kleine stad woonde een vrouw in een kleine woning. Er was een kamer waarin dagelijks een slaapbank werd uitgeklapt, aangrenzend een kleine keuken waarin de vrouw zich keerde en kookte. Drie en halve dag per week waren de kinderen van de vrouw daar ook. Die hadden een eigen kamer zoals dat heet. De jongen boven, waar anderen, de buren hun slaapkamer hebben, het meisje in het kamer die bij de buren als woonkamer bestemd is. Het moest zo. De vrouw ging weg uit het huis waar ook de man woonde, het moest zo. Anderen beschouwde dit en het andere van die kamers, onreglementair. De woning kon niet op deze manier bewoont worden, er is een papier waarin dat staat. Er zijn redenen voor alles. De vrouw en de kinderen hadden het er gezellig. Anderen verdroegen dat niet. De vrouw kocht een piano, een piano met een geluiddemper zodat die anderen het Canto Ostinato, dat de vrouw speelde nooit zullen horen. ©Peter Prins

Simeon ten Holt I

25-03-2012 Canto Ostinato
In de kleine stad in de kleine woning aan de tafel te zitten met het vertellen van verhalen en flarden ervan, een begin, dan weer een eindje, een zin en een stuk wat woorden, dromen en voornemens, ik ruim af een veeg de kruimels bijeen. Mijn vrouw zet een ceedee Canto Ostinato op, een versie op het orgel van de Lebuïnuskerk, Aart van der Werf is de toetsenist. < In de achtste eeuw bouwde de Engelsman Lebuínus, die de Saksen tot het christendom wilde bekeren, een kerk aan de oostzijde van de IJssel, in Deventer.> Gisteren zagen we de film over dit muziekstuk, over Simeon ten Holt. Hoe de levens van mensen niet voorziene wendingen namen bij horen van de eerste tonen. Hoe de Franse vrouw in het leven van de componist kwam en de componist in het hare, hoe naast de Goldberg variaties deze muziek de angst voor grote menigten wegnam en hoe in hun de jonge jaren deze muziek voorgoed de weg bestendigde. Na afloop van de film beantwoordde de regisseur vragen uit het publiek. Hij luisterde, zette uiteen. Tot het geloof binnenstapte toen zijn mijn vrouw en ik naar huis gegaan, meer konden we niet doen. ©Peter Prins