donderdag 20 augustus 2015

Een Noorse bakkerswinkel




Er is geen aanwijzing, niet in het boek dat vader leest of in de stem die hem doorgaans het een en ander influistert maar is zijn conclusie; 'ik richt een Noorse bakkerswinkel op...!'

Aan de basaltstenen achterwand hangt hij een smalle plank waarop gevlochten broden moeten gezet. De ruimte tussen de toonbank en de muur is klein, kleiner dat dan hij er begrip voor heeft, een man én een vrouw van normaal postuur kunnen er niet keren.
De platte broden zet hij als moderne romans voor het winkelraam en een vrouw met fijnbesneden gezicht en oplichtende ogen gaat er naar vragen. Eerst wrijft ze aan haar schort de handen droog.

Vader kent deze soort, zij vangen meeuwen, bijten ruwweg de kop van de kabeljauwen en met beekheldere stemmen stellen zij vragen over het brood.

donderdag 6 augustus 2015

De kuip



De accuboormachine van een betrouwbaar merk, door de gore knuist omklemt, nadat met de machine, waarin een tienmillimeter houtboor steekt, een gat geboord is in een bruine plastic kuip die uw vrouw bij het goeiedoelenwinkeltje kocht, rust op de dij van het rechterbeen dat over het linker is geslagen.

Zij stort zware zwarte grond in kuip en zet er jonge sla in.

Naast die kuip zit u, als de gehuurde jager, op de klapstoel – aan de stoeprand gevonden – en wacht tot de kat een klein gat in de schutting zal gebruiken de tuin in de sluipen om in de verse aarde haar vlag te planten. Met soepele pols weegt u de machine.