In het voorjaar zitten er drie in het natte gras van het veldje tussen de huizenblokken. Twee naast elkaar, de derde zit op afstand.
Als ze in beweging komen, omdat grote stukken witbrood uit een keukenraam worden gegooid, houden ze de kop ingetrokken, de snavel ligt op het bovendeel van de borst.
Waggelend komen ze achter de heg vandaan, de woerd van het paar maakt een zacht kwakend geluid. Het vrouwtje, in haar bescheiden kleed lijkt de leiding te hebben. De tweede woerd volgt gelaten. In de optocht is er tussen het paar en de derde ruimte voor een vierde volgroeide vogel.
Vandaag zitten ze langer en onbeweeglijk in het gras. De woerden liggen zo ver uiteen dat ik niet kan zien welke van de twee met het vrouwtje het paar vormt. De keukenramen blijven dicht. Op een meter bij de dieren vandaan schijnt de zon op het gras, zij zitten in de koude schaduw.
De sloot, die uitmondt in een meer met nieuwe rietscheuten, is vijf minuten lopen vanaf het raam waarachter ik sta. De eenden zullen - als ze weg willen - in de lengterichting van de huizenblokken moeten opvliegen, rekening houdend met de wind en de brede kruinen van twee iepen.
Als de vrouwloze woerd te dicht in de buurt van het vrouwtje komt wordt hij met zagend gekwaak door zijn evenknie verdreven, die strekt de kop ver naar voren en spreidt de vleugels. Even lijkt hij op te vliegen.
Ik ken mensen die dieren menselijke eigenschappen toedichten, dat dieren beredeneerd handelingen verrichten en geperverteerde interacties nastreven.
Niet alleen op het grasveldje tussen de huizenblokken zie ik deze combinatie: twee woerden en één vrouwtje. Voor de deur van de patatwinkel zit ook zo'n drietallig stel.
Of zij de nachten in het gras doorbrengen weet ik niet. Als ik de gordijnen openschuif zijn ze grote stukken brood naar binnen aan het schrokken en hebben ze gezelschap van zilvermeeuwen die grote afstanden afleggen: het veldje ligt ver van de kust af. De meeuwen schrokken de krop vol en vliegen op.
Het zichtbare verschil tussen de twee woerden is dat de één met het vrouwtje een paar vormt en zo het getal twee.
Vanachter het raam kan ik niet horen of ze een zacht kwakend geluid maken. Soms doen eenden zoiets zonder dat de snavel opent, een keelklank.
De woerd van het paar waagt zich achter de heg, uit het zicht van de ander, die nu geruisloos op de poten komt en met schuine kop naar het vrouwtje waggelt en bij haar gaat zitten, alsof hij degene van het paar is.
's Middags zit er een woerd op het bordes; ik kan niet zien welke van de twee of van vele anderen dit is.
Eenden paren in het water.
(vrij naar; 'De Koeien' door Lydia Davis, 'De taal van dingen thuis' Atlas Contact 2014)
zondag 26 april 2015
zondag 19 april 2015
vingers
Een vrouw gaat in een nieuw huis een muur versieren met een ornament van papier. Dat gaat ze zelf maken. Zoiets kan ze. Ze heeft namelijk de handen van schaduwloze elfen en een stem die vertelt hoe zij het ornament in haar verbeelding ziet.
In de Grote Stad wil ze naar de papierwinkel. Die zat eerst om de hoek waar die nu is. Er kwamen mensen die vonden dat de winkel moest uitdijen tot aan de uiterste grens, daarna kromp de winkel weer ineen.
De lichte vingers van de vrouw raken aan het handgeschepte dikke Nepal (140 gram) en daarna aan het gevlochten, enigszins gekromde papyrus. Haar ogen toetsen de kleuren, de smidse van de verbeelding doet het grondige werk. Ze stelt praktische vragen over lijm en de winkelier geeft de naadloze antwoorden. Zij tasten elkaar af en door hun spankracht groeit het ornament in de juiste richting. Zij sluiten de koop. De winkelier rolt het Nepal en het papyrus in pakpapier zoals hij zijn kinderen aankleedt.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
In de Grote Stad wil ze naar de papierwinkel. Die zat eerst om de hoek waar die nu is. Er kwamen mensen die vonden dat de winkel moest uitdijen tot aan de uiterste grens, daarna kromp de winkel weer ineen.
De lichte vingers van de vrouw raken aan het handgeschepte dikke Nepal (140 gram) en daarna aan het gevlochten, enigszins gekromde papyrus. Haar ogen toetsen de kleuren, de smidse van de verbeelding doet het grondige werk. Ze stelt praktische vragen over lijm en de winkelier geeft de naadloze antwoorden. Zij tasten elkaar af en door hun spankracht groeit het ornament in de juiste richting. Zij sluiten de koop. De winkelier rolt het Nepal en het papyrus in pakpapier zoals hij zijn kinderen aankleedt.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
zondag 5 april 2015
De kier
In een brief zou ik graag willen klagen over het, door de lokale overheid om bezuinigingsredenen, misschien voor altijd, uitgestelde onderhoud aan de openbare tuin. In het rondschrijven aan de buurt is alles wat nu vrij spel krijgt, beschreven, niet de grijze plekken in het gras vanaf het balkon goed te zien. In de klaagbrief zou ik meteen willen vertellen over de sensatie van weerzin die mij vult en waaraan ik niet herken of die afkomstig is van angst of lust bij het invullen van een formulier aan het loket met de wachtende persoon of van het horen van het geluid dat de harde wind in de kier onder de deur maakt; geluid van een blazende poes.
De poes is het enige dier waarmee ik dat geluid kan vergelijken omdat ik geen andere dierengeluiden ken. De dieren die ik ken zijn van foto's. Daarop zijn ze stil. In de beschrijving wordt niets verteld over het blazende geluid dat ze als afschrikkingswapen gebruiken.
Zoals aan veel in mijn huis ben ik gehecht aan de kier. Staand in de kleine hal boven aan de trap bij de gesloten deur voel ik de krachtige luchtstroom rond mijn blote enkels. Daarna perst die zich in de kier.
Toen ik mijn eerste huis huurde, echt op mijn zelf ging wonen, bezat ik naast een tafel, wat stoelen en spullen voor in het piepkleine keukentje, ook een poes. Het dier haalde ik op bij een vrouw die buiten de rand van de stad woonde. Het jonge dier werd geworpen door de moederpoes die, net als de vrouw, het buitenleven gewoon is. De regels daar zijn hun eigen.
Ik dacht dat bij het wonen op een etage een poes hoorde en dat ik me in gezelschap kon verontschuldigen omdat in mijn huis een onvoorspelbaar levend wezen op eten wachtte. Ook vroeg ik of er iemand was die het dier, dat zich voor een vreemde verstopte, in mijn vakanties kon verzorgen, iemand die in de makkelijke stoel ging zitten wachten om het dier uiteindelijk te kunnen aaien. Toen het krols werd, waaraan het geluid in de kier mij ook herinnert, bracht ik het naar de vrouw buiten de stadsrand, daar viel het mooi samen met de natuur.
Het klagen in de brief besluit ik tussen neus en lippen te doen omdat het herinneringen oproept aan de avonden alleen in bed luisterend naar geluiden, de muziek uit de cafe's.
De poes is het enige dier waarmee ik dat geluid kan vergelijken omdat ik geen andere dierengeluiden ken. De dieren die ik ken zijn van foto's. Daarop zijn ze stil. In de beschrijving wordt niets verteld over het blazende geluid dat ze als afschrikkingswapen gebruiken.
Zoals aan veel in mijn huis ben ik gehecht aan de kier. Staand in de kleine hal boven aan de trap bij de gesloten deur voel ik de krachtige luchtstroom rond mijn blote enkels. Daarna perst die zich in de kier.
Toen ik mijn eerste huis huurde, echt op mijn zelf ging wonen, bezat ik naast een tafel, wat stoelen en spullen voor in het piepkleine keukentje, ook een poes. Het dier haalde ik op bij een vrouw die buiten de rand van de stad woonde. Het jonge dier werd geworpen door de moederpoes die, net als de vrouw, het buitenleven gewoon is. De regels daar zijn hun eigen.
Ik dacht dat bij het wonen op een etage een poes hoorde en dat ik me in gezelschap kon verontschuldigen omdat in mijn huis een onvoorspelbaar levend wezen op eten wachtte. Ook vroeg ik of er iemand was die het dier, dat zich voor een vreemde verstopte, in mijn vakanties kon verzorgen, iemand die in de makkelijke stoel ging zitten wachten om het dier uiteindelijk te kunnen aaien. Toen het krols werd, waaraan het geluid in de kier mij ook herinnert, bracht ik het naar de vrouw buiten de stadsrand, daar viel het mooi samen met de natuur.
Het klagen in de brief besluit ik tussen neus en lippen te doen omdat het herinneringen oproept aan de avonden alleen in bed luisterend naar geluiden, de muziek uit de cafe's.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
Abonneren op:
Posts (Atom)