maandag 30 november 2015
De snackcorner
In het warenhuis bent u in de snackcorner aan een tafeltje gaan zitten buiten het zicht van winkelende bekenden, afgeschermd door een muur.
Een vrouw, gevolgd door een man, komt binnensloffen en speurt nadrukkelijk in verschillende richtingen naar de vrije plekken en de etende mensen die er zo bij zitten dat ze voorlopig niet weg lijken te gaan. Ze zijn de Kleine Stad.
Nadat de vrouw en de man met hun rollators een tafeltje hebben bezet lopen zij, nu zonder te sloffen, naar de counter. Hij wijst naar de croissants, die wil hij en koffie, in zo'n hoog glas. Van de stapel links van het grijze luik pakt zij een dienblad en neemt met de plastic tang twee croissants. Hij loopt terug naar de tafel.
Voordat ze in hun broodjes bijten roert hij met nadruk om beurten in haar en zijn glas cappuccino, rangschikt de papieren servetten, schuift het meegebrachte bestek weg en slaat vluchtig een kruis. Zij volgt.
Tijdens het kauwen geeft hij haar aanwijzingen hoe zij haar tas en het zware bruine vest op de stoel naast zich moet zetten. Zij staat op. Zij heeft wat losse munten uitgeteld die zij aan de beheerster van de toiletten geeft, en knikt van daaruit in zijn richting, de beheerster knikt ook.
Als u weg wilt gaan moet u de drang onderdrukken het bordje waarop uw saussijzenbroodje lag op tafel te laten staan. Bang hierop gewezen te worden brengt u het toch naar de trolley rechts van het grijze luik.
vrijdag 20 november 2015
Vest
Vest bezit hebbelijkheden waarmee het zich kwalitatief van andere vesten onderscheidt; het is vegetarisch, het rugpand, de mouwen en de enigszins opstaande kraag zijn gebreid uit chunky wol met pendikte 8. De borststukken zijn van imitatie-suède dat makkelijk kan scheuren. Net boven de heupen zijn, als twee luikende ogen, ingenaaide zakjes. Daar is het imitatie-suède door de duim en vinger verkleurd, zoekend naar de Ronson benzineaansteker en kleingeld.
Vest lijkt op een collega en heeft ook iets weg van de colberts in de gangkast. Die deur wordt slechts een enkele keer geopend om met de gestrekte arm een uit zwang geraakte kledingstuk weg te hangen.
Een woekerend voorgevoel zegt dat de verborgen jasjes met elkaar een verhouding zijn aangegaan. Het zicht op één arm en het lichtloze daarachter leidde tot dat winderige gezang.
Vandaag ligt Vest op tafel en wordt met gestrekte arm en uitgestoken wijsvinger aangewezen en afwachtend aangekeken. Vest is een goeie doodzwijger.
Abonneren op:
Posts (Atom)

