maandag 22 april 2013

Lamento; de heldere dood

's Morgens, in het blauwe uur kijk ik naar een korte film over Remco Campert. Hij wordt in het zonnetje gezet en leest een fragment uit een gedicht, ik moet erdoor aan mijn stervende zus denken. Een paar dagen geleden zette ik, voor de boekenkast een foto van haar neer. Een jeugdfoto, die werd gemaakt in de tijd dat de schrijver zijn bekendste boek schreef; Het leven is vurrukkulluk. In die kast zoek ik naar het verzameld werk waarin de gedichten van de schrijver staan. Het is weg en ik denk na over wat er gebeurt is; ik gaf het misschien wel weg, klare taal is namelijk het pijnlijkst.
Lamento
(Remco Campert)
Hier nu langs het lange diepe water  dat ik dacht ik dacht dat je altijd maar  dat je altijd maar
hier nu langs het lange diepe water  waar achter oeverriet achter oeverriet de zon  dat ik dacht dat je altijd maar altijd
dat altijd maar je ogen je ogen en de lucht  altijd maar je ogen en de lucht  altijd maar rimpelend in het water rimpelend
dat altijd in levende stilte  dat ik altijd zou leven in levende stilte  dat je altijd maar dat wuivend oeverriet altijd maar
langs het lange diepe water dat altijd maar je huid  dat altijd maar in de middag je huid  altijd maar in de zomer in de middag je huid
dat altijd maar je ogen zouden breken  dat altijd van geluk je ogen zouden breken  altijd maar in de roerloze middag
langs het lange diepe water dat ik dacht  dat ik dacht dat je altijd maar dat ik dacht dat geluk altijd maar
dat altijd maar het licht roerloos in de middag  dat altijd maar het middaglicht je okeren schouder  je okeren schouder altijd maar in het middaglicht
dat altijd maar je kreet hangend  altijd maar je vogelkreet hangend  in de middag in de zomer in de lucht
dat altijd maar de levende lucht dat altijd maar  altijd maar het rimpelend water de middag je huid  ik dacht dat alles altijd maar ik dacht dat nooit
hier nu langs het lange diepe water dat nooit  ik dacht dat altijd dat nooit dat je nooit  dat nooit vorst dat geen ijs ooit het water
hier nu langs het lange diepe water dacht ik nooit  dat sneeuw ooit de cipres dacht ik nooit  dat sneeuw nooit de cipres dat je nooit meer

vrijdag 19 april 2013

de orde van de dingen

Ik moet snel zijn met schrijven want het blauw van de vroege ochtend vergrijst, daarna vallen mijn handen en hoofd stil en moet ik weer naar buiten kijken. Daar ligt een gebouw als een dooie in het gras. Eerst dacht ik dat het een vergeten dier was van Siberisch vlees. Het is een amoebe gevuld met plasma niet gevoelig voor het zware weer waaronder de zon schijnt. Er raast een brommer van oost naar west. De moeder belde, zus heeft het moeilijk, ze is ziek. Ik schreef zus, mijn zus een kaart omdat de telefoon in haar huis niet opgenomen werd; de dood is de enige reden daar is niets raadselachtigs aan.
Toen Chuang Tzu's vrouw stierf, kwam zijn vriend Hui Tzu medeleven betui gen en vond Chuang Tzu neergehurkt, zingend en trommelend op een pan. Hui Tzu zei: 'Jij woonde bij haar, kinderen opgevoed met haar, en werden samen oud. Is alleen maar huilen is niet voldoende, maar nu ben je aan het drummen en zingen. Is het niet een beetje te veel? " Chuang Tzu zei: "Dat is niet hoe het is. Toen ze net was overleden, dacht je dat ik niet huilde. Maar ik keek terug naar haar begin en de tijd voordat ze werd gebo ren. Niet allen de tijd voordat ze werd geboren, maar de tijd voordat ze een li chaam had Niet alleen de tijd voordat ze ze een lichaam had, maar de tijd voordat ze een geest bezat. Te midden van de wirwar van wonderen en mysteries vond er een verandering plaats en had ze een geest. Nog een verandering en ze had een li chaam en werd ze geboren. Nu is er een andere verandering en is ze dood. Het is net als de komt van de vier seizoenen, lente,zomer, herfst en winter. Nu ligt ze in een grote kamer. Als ik ga jammeren en huilen zou ik laten zien dat ik niets zou begrijpen van het lot. Dus stopte ik.
Chuang Tzu onthield zich van die gewoonte; de menselijke cultuur. Taoïsten geloven in eenvoudige begrafenisrituelen.
Chuang Tzu, (ca. 369 v.Chr.-286 v.Chr.), was een Chinese dichter en taoïstisch filosoof uit de klassieke periode van de Chinese filosofie. Hij wordt een mysticus en een soort Quiëtist genoemd.
© Peter Prins

zondag 7 april 2013

zus

De brommer van de krantenjongen knettert langs het huis. Het zal wel een scooter zijn, geen bromfiets dat is een fossiel. Gisteren was ik bij mijn oudere zus op bezoek in het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Op bezoek zijn is anders dan op visite. Mijn zus en ik liepen in onze middelbareschooltijd een krantenwijk, 's morgens vroeg dwaalden we door de straten van de tuinsteden in het westen van de grote stad. Dat deden we niet voor ons eigen genoegen, daarmee hield het gezin waaruit we voortkwamen het hoofd boven water. Ik weet niet of mijn zus een brommer bezat, niet dat ik het vergeten ben, ik was er niet bij of het wel of niet zo was. We waren pubers en vielen tijdens de les weleens in slaap. Toen ik aan het bed zat waarin mijn zus lag, spraken we zachtjes alsof we jong waren en niemand in het gezin onze woorden mocht horen, toch hadden we geen heimwee.
© Peter Prins