maandag 26 september 2016

Buitendienst (b.d)


Een volgende ontmoeting komt hopelijk vanzelf, niet geloodst door dat diffuse onderbuikse. Eerste luitenant Lansink b.d., nu voltijds professioneel hobbyist, doet de nog naar Z. geurende badjas in zijn nieuwe wasmachine, schept wat zeeppoeder in het bakje, drukt op de startknop en bekijkt zijn naakte lijf in de badkamerspiegel. Dat hem vannacht zijn kracht te snel en met piepende longen verliet is niet te dulden. Z d'r geruststellende, zelfs troostende woorden ten spijt. Nee, het oordeel over het verval is recht voor de raap: 'Edward Lansink, je ziet er uit als een pummel alles aan je hangt letterlijk buitendienst!'

Op een randje is-ie komen te lopen vindt-ie sinds de b.d., en hoopt iedere ochtend weer aan de goeie kant ervan op te staan. Niet in dat gat. Dat kostte te veel tijd om weer over de rand te kunnen kijken. Nee, als er over een rand gekeken moet dan die van een schuttersputje of de daklijst.
De polsen zijn versleten, net als de voeten en de nek. Reden dat zijn lijf en woorden benig zijn geworden. Het demonteren van zijn Heckler & Koch HK416 en het spoelen van de pannen lukt niet meer vloeiend. Of hij zo in zijn voornemen om oud te worden in de schuur bij de broers kan volharden, weet hij niet, kijkend naar de badjas het sop achter de glazendeur van zijn wasmachine. De komende wintermaanden was hij van plan tijdelijk bij de broers in te trekken. Z'n kisten weer aan en er op uit, de nacht in en opa worden van een kleinkind.

vrijdag 9 september 2016

De Lange Vrouw I & II


De Lange Vrouw I

De Lange Vrouw loopt weg van een groep van vier die in de publieke tuin op het brede grasveld moderne gymnastiekoefeningen doen. Zij neemt het pad waar u haar zo nu en dan tegenkomt.

Zij lijkt een interessante vrouw. U groet haar. Zij groet niet terug.
U denkt te klein te zijn met zorgen om de lekkende radiatorbuis die de gasbetonnen muur bovenaan de trap heeft doordrenkt, de verf aantastte. Het vocht zal vanwege de komende koude maanden maar moeilijk verdwijnen.

De Lange Vrouw II

De Lange Vrouw beklimt de stenen treden. Nu staat ze in de hal, de deuren voor en achter zich voor de zekerheid openhoudend, ze is tenslotte de Lange Vrouw.
In de zaal, één stap over de drempel, knopen allerhande mensen gesprekken aan. Doen dat met de mastworp.

De één weet nog hoe zijn vader toen naar de radio luisterde, de tweede zegt zo'n zelfde herinnering te hebben; te weten hoe zíjn vader zelfs slapend naar de radio luisterde, de derde zegt zijn vader te zijn vergeten maar herinnert zich wel zijn maaltijd. Er zijn meer vaders kwijt geraakt, in andere landen bijvoorbeeld. Een kleinere vrouw veronderstelt op deze manier voorgoed zonder kinderen te blijven. Vogellijm kan haar kans vergroten. Als de Lange Vrouw bij de anderen onder de hoge zoldering zit steekt ze een kop boven hen uit.

Een stem uit de luidsprekers boven de allerhande mensen zegt dat het nu tijd is; vanachter de coulissen komt een man te voorschijn die zijn bandrecorder het woord laat nemen.

(illustratie door Fransje Prins)

donderdag 1 september 2016

Grand Café


In de buitenwijk staat een gebouw. Daarin zijn ouderen gaan wonen. Die er hopelijk nog monter en op eigen benen naar binnen zijn gegaan. Na de entree stonden ze dan in de ruimbemeten hal, tafels en stoelen, gerangschikt in zitjes. Op een van de twee met goudkleurig skai beklede banken zijn ze even gaan zitten, om te bekomen van de reis en de bestemming. De banken staan op een vaalblauw kleed waarop ook vier ogenschijnlijk uit touw gehaakte poefen staan; twee zijn ook weer vaalblauw en twee vergrijzend wit, geschikt voor zestienjarigen. Dit staat gegroepeerd rond twee salontafelhoge, glimmende rustiek gebarsten houtblokken, waarop de koffie en de thee, die maar niet worden gebracht, neergezet kunnen. De volgeschonken vrolijk bedrukte kartonnen bekers staan koud te worden op de toonbank, sinds enkele jaren de 'counter'. Naast de toonbank is de winkel 'gesitueerd'. Een kwansuis landelijk beschilderd bord erboven duidt een deurloze koelkast met blikjes frisdrank, zes flesjes bier – op is op – en verpakte diagonaal doorgesneden boterhammen, aan als 'winkel'. Op gelijke hoogte met het bord 'winkel' hangt boven de toonbank ontspannen het bord 'Grand Café'.
Iedereen weet wat een Grand Café is; een grote lichte ruimte het hoge ramen en uitzicht op een zonnig verkeersplein met claxonnerende autootjes en scooters; of met uitzicht op een breed kanaal met lommerrijke oevers of op een levendige boulevard waarover publiek flaneert en de wind speels onder de rokken van geschrokken vrouwen blaast. In een Grand Café drinken vitale mensen cocktails. Zij kijken op hun beeldschermen en praten druk gebarend over wat zij menen te berde te moeten brengen, eclectici die salades met carpaccio eten. Op de terrassen van Grand Café's zitten vitalisten te roken, zij hebben de zonnebril erbij opgezet. In en rondom Grand Café's gonst het.

In de ruimbemeten hal zitten acht oudjes vier aan vier aan twee tafels en prikken in hun zondaggebakjes. Het bord boven de toonbank laat ook nog weten dat er soep, broodjes, uitsmijters en twaalfuurtjes besteld kunnen worden.