zaterdag 25 juli 2015
Wemelen
Overal in huis hangen zeer kleine spinnen. Als die niet worden gedood zal het over een maand wemelen van de woest tandenknarsende dieren. Kastdeuren moeten met zorg worden geopend om de gesponnen draad niet te breken.
Maanden is hier op gewacht...
En er bestaat een dier dat onder de huid van anderen eieren legt. De bult, zo groot als een steenpuist, is dan het nest. Als de gezwollen puist op het hoofd opengaat zoeken de jonge dieren tussen de haren een uitweg.
In de tuin slaat de merel aan. Die waarschuwt de jongen voor de poes.
Op spinnen, fruitvliegen en muizen na, worden in huis geen dieren verzorgd en opgejaagd.
Wemelen is een fijn woord als weerwil, Wim en waarachtig.
zondag 19 juli 2015
Oeverloze fantasieën
De kast staat net niet tegen de verwarming aan, er is een kier gelaten. Eerst werd er aan een gleuf gedacht, dat het wel zoiets zou zijn, daar leek de ruimte te krap voor. In de nauwe ruimte worden de plastic tassen bewaard.
De linkerelleboog rust op tafel en de wijsvinger drukt tegen de lippen, de archetypische houding achter het beeldscherm; ... is het 'bewaren' wat er in de kier gebeurt?
Het zijn de tassen uit de Franse supermarkt, vaal versleten maar nog bruikbaar. Het is opbergen, net als de borden van het servies. Het verschil is dat de tassen in de kier gepropt worden en de borden in de kast niet. Het proppen gebeurt zonder die broeierige gedachte die in een overvolle trein ontstaat.
Toen de tassen tussen de kast en de verwarming werden weggetrokken, is er een herinnering aan de broers: één van hen is op pad de ander gaat met de koffie aan tafel zitten en hoort de klok. Van hun laaggedakt huis, halverwege de helling, staan de ramen open. Gisteren was er daar beneden reuring. Het water dat er naartoe stroomt was tot aan de rand gestegen. Wrakhout, dachten beide mannen weer eens, dat zou daar van pas komen, net als een vlot. Maar hier in de buurt kan er geen schip vergaan en het magnetisch veld, is hier niet.
Zij verkiezen de helling boven het dal en oeverloze fantasieën inplaats de handen uit de mouwen te steken.
Het is fijn aan de broers te denken alsof het familie is.
zondag 12 juli 2015
Kraag
Collega B draagt graag geruite hemden en daarover een vest met opstaande kraag, van wol, niet te dik of te dun, tot halverwege dichtgeritst.
Om tien uur schuift hij zijn toetsenbord van zich af, opent een plastikzakje en bij het nemen van een enorme hap waarbij de helft van een dubbele boterham tussen zijn kaken verdwijnt, knikt hij u vriendelijk toe. Tijdens het malen wordt het zakje weer dichtgeknoopt en verdwijnt in de tas.
Iets verder weg op zijn bureau staat een glas water waaruit hij kleine slokjes neemt. Niks gulzig naar binnen klokken en uit de mondhoeken laten sijpelen van genadeloos stervende dorst. Om half één komt er een andere collega binnen, zijn vriend, die hem gebaart mee naar buiten te gaan. Als het drie uur is gaat de tas weer open en verschijnt de appel.
U houdt van kleine appels, de Elstar. Als dat seizoen voorbij is wilt u weleens de Jonagold eten.
B zet zijn tanden in de appel en gebruikt ze als een wig waarmee de appel wordt klemgezet, met de rechterhand duwt hij de appel omhoog en krakend laat er een deel los dat dan onverbiddelijk malend zal verdwijnen.
In het geluid van het losscheurende deel ervaart u de beproevingen van het verloren paradijs, haar ondergang, smeltende poolkappen, provinciegrote ijsschotsen die hun weg naar de evenaar zoeken.
Uit eerbied en onvermogen ten opzichte van zijn ijzeren orde dicht u de collega de scheppende kracht toe. En u, de dwalende, de dolende, die Lilith aan uw zijde verkiest boven Eva, kijkt ademloos toe.
Eén keer droeg B een wit overhemd. Het was van moderne snit met een kraag waarvan de punten niet naar de borst wezen maar op het sleutelbeen rustten. Doordat de knoopjes van het hemd in een ander ritme waren vastgezet dan bij de geruite overhemden was een deel van de plek waar de sleutelbeenderen zich gelukzalig aan het borstbeen vastgrepen, zichtbaar.
Na het compliment dat u hem gaf heeft B dat hemd niet meer gedragen.
dinsdag 7 juli 2015
Wendingen
In pyjama gaat u aan tafel zitten en regen valt loodrecht uit de hemel. Goudsbloemen en anemonen blijven gesloten.
Het Grote Licht doet u niet aan. Omdat er ruimschoots vaalgrijs hangt haalt u uit de andere kamer de Kleine Lamp en denkt aan de tijd dat de mensen met dit weer dicht bij het raam zijn gaan staan om de brief te lezen.
Gisteren, op weg naar huis las u Naar de andere oever van Ilse Aichinger. Op een tussenstation stapten twee jonge mensen in die naar uw oordeel te dik waren. Zij droegen papieren zakken waarin to go eten zat. Zij zagen elkaar in de ogen, hielden de handen vast en spraken met zachte stem. U droomde de moed te bezitten vragen te stellen. Zij vertellen dat het een keuze is zo te zijn. Geen overwogen keus zoals u die maakt om in pyjama aan tafel te gaan zitten. 'Dit zijn de wendingen, de weg immers, is geenszins bestendig', zal de vrouw u terechtwijzen, de man zal haar instemmend knikkend bijvallen en u zult beschaamd het boek weer opnemen.
Aan hun taal te horen kwamen zij van ver.
Abonneren op:
Posts (Atom)


