In de kleine stad togen van Veldhoven, zijn kinderen, Alicia en de twee broers naar de rand van de Biezenlandsepolder om met graskransen in het haar en onder algemeen en opstuwend gejubel over vuur te springen.
Het werd het zomer. Op een open plek aan de rand van het struweel verzamelden zich kleurig geklede mensen, die het gebruik om op de avond van Sint Jan over vuur te springen in ere houden. Ze stoken het vuur dan hoog op en de dappersten onder hen springen er over. Als een jongen en een meisje dat doen is hun band, door het oplaaiende vuur voor eeuwig gesmeed.
Nog niet op de hoogte van deze duiding waagden de twee broers ook een sprong.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
Vannacht woei de Tibetaansedroom door van Veldhoven's slaap.
In het hoogland waar hij toen lag, rustend en ademend, wachtten vogels met krachtige snavels en machtige klauwen. De droge wind hield alles in stand, niets kon bederven.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
Camping
Ze zijn in Frankrijk; Alicia, van Veldhoven en de kinderen, in Versailles en kamperen ieder afzonderlijk in een eigen tentje dicht tegen een megalomaan paleis aan; zoals Alicia dat noemt. In de tijd van permanente bewoning van het gebouw was het een komen en gaan van metselende bouwvakkers en harkende hoveniers. Hun gekrioel zal de koning en het drieduizendtal personeel een worst geweest zijn evenals het in getal even groot aantal bezoekers die nu als een stampvolle metro door de Galerie des Glaces boemelen. Tussen de portretten zoekt Alicia die van Jean-Charles Pichegruin in wiens gelederen Maggiel Rison meeliep die Pieternelltje van Koot in Weesp bezwangerde, in 1798. Zij werd de moeder van een nieuw geslacht waar Alicia deels uit voortkomt.
Nu zijn ze in een land waar overwegend Frans wordt gesproken. Toch hoort Alicia staande tussen de hoog opgesnoeide bomen op de camping, het dwingende Nederlands van een vrouw, die haar man de les leest en hardop het boek 'hoe het moet met mijn nieuwe tent'. Ook de smeekbeden van een jong kind het nooit meer te zullen doen en er werkelijk spijt van te hebben en tot slot nog een kans te willen krijgen voor de nacht zijn slaapzak dichtritst. Het gejammer vult alle kieren als laag hangende mist en de stalen blik van een ouder ploegt door de verse grond en plaatst er piketpalen. Tenslotte roept het kind zijn vader aan. De laatste trein van die dag rijdt van rechts naar links achter de gesloten ogen van Alicia. Frau Holle houdt vannacht de hand van het kind vast.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
Er waren alleen gepelde pinda's in het spel en vier ervan lagen op de lange houten tafel, met hun donkere bruinrode vliezen ernaast.
Alicia legde op één ervan de wijsvinger en rolde het met kleine bewegingen van links naar rechts. De twee blanke kevers draaiden met poten tegen de borst op hun rug.
Het was een winderige dag, de keukendeur trok ritmisch rammelend aan de haak. Toch was het nog volop zomer, midden op de dag zelfs. Er drongen geluiden van buiten naar binnen; een touringcar die door van Veldhoven met brede gebaren naast de stoep werd gezet. Hij genoot van de stille straat en de gelijkmatige bebouwing; de opeenvolgende smalle zeventiende-eeuwse gevels. Zijn grootvader was aalmoezenier, meer wist hij er niet van, wel dat dat een bijzonder woord was.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
Van Veldhoven loopt op het door zijn sterke voeten aangestampte pad naar de winkel. Het is vroeg, stil en de leigrijze hemel maakt hem niet neerslachtig. Het is droog. Zijn tas hangt, met de band schuin over zijn rechterschouder langs borst en rug, op de linkerheup. Vanmorgen heeft-ie er een boek in gedaan, het behandelde de oorsprong en ontwikkeling van alle reptielen. Het boek was stevig gekaft en zou de jaren lange studie goed hebben doorstaan. Hij brengt het terug omdat hij gisteravond in het nieuws een verslag volgde over het uitzetten van een jonge steur. Een dier dat als volwassen exemplaar drie en halve meter lang wordt en dan twee tot drie honderd kilo zwaar zal wegen. Het jonge dier werd uitgezet in de Nieuwe Waterweg, een open verbinding met zee.
Door de alom heersende honger tussen de grote rivieren verdween de steur.
Ook zag de van Veldhoven een foto van woeste hologige vissers die op de rug van zo'n dier zaten als was het een ingespannen paard. Zij hadden de vis, onveranderd sinds de prehistorie, met z'n achten, dus met man en macht uit het water gesleurd.
© P. Prins
De accuboormachine van een zéér betrouwbaar merk, omklemd door de gore knuist, rust op de dij van het rechtbeen dat van Veldhoven over het linker sloeg nadat-ie met die machine, waarin een nieuwe tien millimeter houtboor stak een gat boorde in een bruine plastic kuip die Alicia bij het goeiendoelenwinkeltje kocht.
Zij stortte zware zwarte grond in de kuip en zette er jonge sla in.
Naast die kuip zit-ie nu op een klapstoel, die gisteren nog langs de kant van de weg stond, te wachten tot de kat van de buren door het gat van de schutting sluipt en in de verse aarde een vlag zal planten. Met soepele pols weegt-ie tot die tijd de zéér betrouwbare machine.
© P. Prins