maandag 16 maart 2015

de grindoever en het glas

'Kijk, de hellingen en de lariksen en of die zwarte massief gearmd bijeen houden is niet bekend, evenmin of deze helling ooit door een waanzinnige beklommen is. Als dat al gebeurd is woont die in een van de verlaten nesten. De slenk hier is doorwaadbaar. Het water legt die kleine afgeronde gele kiezels vanwege de flauwe bocht aan de overkant. Daags na de winter wordt de oversteek zwaar en de grindoever lastiger te volgen.'

'… Row, row, row your boat'

'Het is een knieverwoestende mars naar de hoge natuurstenen brug met links de trap en in de uitgesleten treden de roestige gaten van een verdwenen leuning. Bij een glas worden de varianten door de steenzetters en Lansink uit de doeken gedaan; de leuning is weggerot, niemand gaat namelijk meer stroomopwaarts en steekt na die slopende tocht de slenk over om het laagste deel van de oever te beklimmen tot aan de zagerij, de brug ligt tenslotte hier. Van Veldhoven zaagde de leuning weg, die nacht, en zette hem als mast op het plein. Niks werd gezien, het is bedacht.'

'… Gently down the stream'

'Vanaf de brug maakt de straat een kromming en verdwijnt net als het water en Alicia naar zee, beneden. Met de winterzalm komt zij ook weer hogerop, klopt aan zijn kamer en legt d'r hand op de dij.'

'… Merrily merrily, merrily, merrily'

'Maar eerst, na de kromming, zijn er die ondiepe brede huizen, met deuren waaronder licht kruipt. Ruggelings staan die huizen tegen de basaltzuilen, dan het plein en de vijf witte strepen op het oude asfalt. Aan de overkant ligt de langgerekte dalende borstwering hoog genoeg om de armen op te leggen en smeltwater uit kelders te houden.'

'… Life is but a dream'

'Als je oversteekt word je nageroepen voor een glas en keer je halverwege om alsof je je bedenkt. Het drinken en het kijken naar de andere oever duurt tot het avondeten. Wagens met lange kale stammen maken zo'n hels kabaal dat de roep om het glas erin verdrinkt als in de kolk van het water bij de brug.'

'… Row, row, row your boat'

'Die gele grindoever gaat na oude oversteek verder, hogerop. Twee dagmarsen. Zonder hulp ben je daar. Na een afmattende week; het controleren van formulieren door halve analfabeten ingevuld. Dat allemaal kan je daar vergeten en aan de weg terug denken en aan het glas .'

'…Gently down the stream'

'Daar groeien ook de hellingen, het geluid en de bomen sneller dan je loopt, naar elkaar, daar is het niet van jullie, niet zoals het hier is. Je kan er niet zitten of er de nacht doorbrengen. Omkeren moet je en tenslotte steunend op de handen de trap beklimmen.'

'… Merrily merrily, merrily, merrily'



'… Life is but a dream'

maandag 9 maart 2015

In de kamer

Het dier is in de kamer en landt, na een hoekige vlucht, op de warme hand. Daar zit het een korte tijd en stijgt daarna naar het licht van de lamp.
Het gebruikt zuurstof. Het heeft geen longen en geen hart. Het beschikt over een buizenstelsel waarmee het dit chemisch element opneemt.
Zonder een hart wordt er geen helrood, kolkend bloed door de aderen gepompt en raakt het niet vergiftigt door jaloezie. Het zal niet lijden aan het breken ervan en snijden er geen scherven in de ziel.
Het zal niet de brief schrijven die met de flessenpost, drijvend op woelige baren, aanspoelt aan het witte strand en door de zielsverwant met betraande ogen gelezen. Het kan in de brief niet de verontschuldigingen maken dat de kleine vleugels zo' n verre reis toch onmogelijk kunnen dragen, dat een klaarlichte dag, weer en wind alles in de war zullen sturen. Evenmin zal het in de laatste alinea bidden om als verstekeling achter een neergeslagen kraag te schuilen om tenslotte aan het witte strand ineen te storten.
Het kent voortplantingsdrang, om de soort in stand te houden, het is verstoken van plichtsbesef. Het kent een kier waarin het eieren legt waaruit de larven kruipen die verpoppen tot het dier; de kleine vlieg. Het zal weten van de warme hand waarop het keer op keer kan komen zitten. Het gelooft niet dat het de koude nacht lang, hunkerend naar u en het aansteken van de lamp zal uitkijken.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

zondag 1 maart 2015

Aanhanger

Tussen de half opengeschoven gordijnen kijkt u een huiskamer in. Er brandt licht. Het kan uit, daar is niemand. Een vrouw drentelt halfluid pratend heen en weer tussen de gang en nat haar waarin ze moet zoeken. Ze is er druk mee. Ook met het weggaan en terugkomen en het opzetten van de bruine wollenmuts, de wolfsmuil. De winter nadert. Hongerig kijkt zij naar de bladerloze bomen en weet nog van de vette jas waaronder een zaag met grove tanden is verborgen. Het houthok moet vol. De kachel, het gietijzeren gevaarte waar omheen haar huis werd gebouwd, moet aan. Als zij op volle kracht gaat stoken fikt het huis erbij af. Ze moet het ding temperen anders staat er straks geen boom meer langs de weg.
Deze kinderloze vrouw kent een man die voor haar het huis bouwde. 'Hier is op het zand,' zegt hij, 'dat scheelt een hoop gelazer. Ik graaf een gat, leg de fundering en iedereen die ik ken heeft wel een aanhanger.'
Toen het huis klaar was moest de vrouw bij de rechter komen, het was niet orde zo; zonder slaapkamer is het geen woonhuis. Zij vroeg of het magistraat kippen bezat. Nee, dat deed het niet. Dan bezit het ook geen kippenhok meende zij.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®