zondag 28 mei 2017
Dood dier
Zegt U maar niets, die keuken waar de afwasmachine nog uitgeruimd moet worden, die verzin ik wel. Dat briefje, die paar woorden aan de minnaar verander ik ook. Hij hoeft de machine niet te doen, wel zachtjes met de deur, rekening houden met de kleine.
Een week of wat geleden kwam hij weer aan, toch. De gang van zaken kreeg zo zijn beloop, zoals Uw zucht als hij de deur straks dichttrekt en onvindbaar wordt.
Bij navraag haalt U de schouders op.
...
Als het nieuws er is neemt U de was onderhanden, dat houdt de berichten weg. U zou een goede africhter van dieren zijn; hangende vogels die uit de hand eten. In de wet staat niet toe dat zij hier hun kunsten vertonen. Met hen zou U naar een ver land moeten vertrekken om daar door vakantie vierende landgenoten opgemerkt te worden, die bij terugkomst U op het vliegveld uitjouwen, de taart in het gezicht smijten.
De tegenwerping zielsveel van honden te houden is een uitvlucht, U hebt er niks mee. Nee, ook niet met het dier dat de minnaar even over de kop aaide en voor wie hij de vinger tegen de lippen legde, het commando: op de plaats rust.
…
Toen hij op een nacht meeliep, was dat voor het eerst. Zij wees hem de groentewinkel, de huizen van collega's en hoorde het dier dat aansloeg. Hij legde die vinger tegen haar bordeauxrode lippen.
De kleine had ze naar moeder gebracht; er was iets met een collega, iets met het werk.
…
In cafe's vergeet U dat twee glazen meer dan genoeg zijn, dat drank U verandert.
...
Het nieuws laat de beelden zien vanuit de helikopter, of zo'n onbemand ding, van een snelweg 's nachts. Ze hebben de weg afgesloten met wagens met zwaailichten, blauwe en oranje. Er liep een man langs. Dat kostte hem het leven. Hij liep daar wellicht om zijn dood in de schoenen van anderen te kunnen schuiven. In die van de bestuurster die wel een dreun voelde maar niet wist wat zij met zo'n groot dood dier aanmoest? Ze heeft weleens gehoord van een slager die het dan zou opkopen. Maar hoe zwaar is zo'n dood dier wel niet, dat in de kofferbak leegbloedt?Dood dier
maandag 8 mei 2017
Naar buiten
Je boeltje heb ik op hun geƫigende plek gelegd. Met gepaste aandacht, elk object met beide handen wegend, hoop ik, achteraf, bij je thuiskomst. Dan ziet de kamer er uit als de winkel op zondag.
...
Regelmatig kijk je op de keukenklok; zo'n goedkoop ding uit zo'n warenhuis net buiten de stadsgrens. Al zevenentwintig jaar wijst het je de tijd, die niet onderhevig is aan zwaartekracht zoals lichtgrijze sneeuwvlokken.
Uren eerder dan het efficiƫntste, trok je het klaargelegde hemd aan, de laarzen met hoge schacht weg van onder de kapstok en koos de jas die bij het seizoen past: wol, driekwart lang.
Het besluit je beste hemd aan te trekken kostte geen moeite, de zes die je bezit zijn eender.
Aandacht schenken aan de tuin gaat vanmorgen niet. Het gestaag opschieten van de berenklauw, de ruw, getande bladeren aan de voet van de tere liguster, als het wetboek van strafrecht, laat je aan je voorbij gaan.
...
Het blad dat zich uit de zwarte aarde omhoog werkt jaagt ontzag aan. Ontzag als bij het horen van de stervenskreetjes van de vergiftigde muis onder de houten vloer.
Ik protesteerde met gebalde vuist om de hardvochtige houding die je hebt tegenover de dieren; honden horen thuis op het erf, in poten van onverlaten te bijten. Het is je om het natuurlijk evenwicht te doen.
...
Wachtend op de tram naar het station is het warmer dan je vermoedde; gevoelstemperatuur, het zal wat.
Je bent op weg naar een vrouw, om met haar een stoofschotel van kabeljauw te eten. Vissen die in scholen van geschat 21.000 ton het lekkerst zijn gevangen tijdens hun trek naar de Lofoten om daar te paaien.
Als zij over haar nieuwe vriend begint, die ander, neem je je voor aandachtig te luisteren naar hoe zij zijn haar heeft geknipt, zijn nek uitschoor met zijn eigen scheermes.
…
Dat van jou laat je hier.
...
Vanuit de trein heb je laag langs scherende velden gezien vol blauwe druifjes, rode tulpen en die vervelende kleine narcissen. Die riepen de herinnering op aan de, tot een sliert geregen gele kelken op de motorkap van de auto van de buren geknoopt.
...
Wij bezaten toen nog geen auto, slechts een paar fietsen en stadsgrenzen.
...
Verderop naast het spoor staan koeien in de wei. Als die willen kunnen ze via de kleine dam en het openstaande hek van veld en gezelschap wisselen.
Hoe een koe op dat idee moet komen is mij een raadsel. Herkauwen, zeg je, is een rondeel.
...
Met de linkerhand strijk je over het nieuwe blauw dat strak over de treinstoelen is gespannen en schrikt van de wens je naast die vrouw tegenover je te vleien en alles in haar handen te leggen. Ze slaapt met het gezicht gericht op de laatste zin.
Abonneren op:
Posts (Atom)

