vrijdag 28 november 2014

Salamander

Een straffe Russische wind waait het land binnen en eigenlijk is Van Veldhoven een cynicus met een winterjas van ironie. Zo houdt-ie zich staande. De buitenlucht is door de aanhoudende wind droog, droger dan het zeeklimaat, dat in de regel als een natte lap over het land hangt. Vandaag en de dagen ervoor en erna laten een strakblauwe hemel zien. 's Nachts, eind maart vriest het een graad of twee, overdag niet, maar het volk mort. Het wil de terrassen op, blootshoofds. Maar net als de halsbandparkieten houdt het zich goddank schuil.
Alicia leest over zijn schouder mee en kent-em langer dan vandaag, al jaren zegt ze en vindt-em geen onbeschaamde zak. Ze vraagt waarom Van Veldhoven voor harde spotter poseert; de waarheid is een salamander, legt-ie haar uit.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

zondag 23 november 2014

Dick

In 1973 had Van Veldhoven een vriend: Dick. Dick woonde aan de Ferdinand Bolstraat en werd bouwkundige om bruggen te slaan in een land in Afrika. Van dat continent kenden ze alleen de zuidelijkste punt en het boerenbedrog.
Ze dronken bier en rookten nog sigaretten. Dick vertelde dat hij in zijn studie had geleerd dat mensen soms plannen maken die zo enorm groot zijn dat ze het eind ervan niet kunnen zien, laat staan dat ze kunnen weten wat die plannen precies kosten. Na een droge of natte lente ken je ook van aardappelen de prijs niet, de aarde is namelijk rond, betoogde hij.
Ze verloren mekaar uit het oog omdat ze jong en de horizonten geen waterlinies waren. Dankzij de moderne plannenmakers 'ziet' Van Veldhoven Dick regelmatig en hoort'ie het betoog.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

zondag 9 november 2014

Donderdag

Of die donderdag dan voor het raam in het kleine huis in de Kleine Stad. Aan de overkant werden één voor één de lichten ontstoken en bewogen de vrouwen voorzichtig rond het meubilair. Zij woonden ook in kleine huizen, net als Van Veldhoven. Die sliep nog. Hij had een vrije dag.

Trouw aan haar gewoonte stapte Alicia om zes uur uit bed. Dronk wat water en ging toen voor het keukenraam staan om naar buiten te kijken. Of zij toen de handen op de rug of over elkaar geslagen voor de borst had dat weet ze niet meer. Ze lette er niet op, haar ogen gingen langs de ramen in de gevelrij. De deuren waren voor de nacht goed op slot gedaan. Geen bewaker was er nodig, met knuppel en riek, om een hongerige beer op afstand te houden, met het manshoge beest in gevecht te gaan om tot slot een flinke mep te krijgen van de zwaar benagelde klauw. Het gezicht van de onverschrokkene zou zijn opengehaald, de zachtmoedige jeugdigheid verdwenen en zijn spieren gestaald.
Dat handelsmerk zou over zijn wang getrokken zijn en als een lopend vuurtje door de beknelde buurt gegaan. Met het bekraste gezicht eiste hij dan zijn opslag óf zijn reputatie achterna gaan.


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

zaterdag 1 november 2014

De natuur rukt op

Eerste luitenant Lansink tilt de koffers uit zijn auto en vloekt, zoals gewoonlijk. Sjouwen dat doe je in de hitte van een ander land, met het wapen op je schouder, desnoods met een gewonde kameraad.

Door de openstaande keukendeur praten zij. Hij zucht, 'Het was een lange rit. Ik zat in een huisje van een kennis, in de buurt van Sluis. Die rijdt daar elk weekend naartoe. Daar moet je toch niet aan denken.'

Voor d'r geestesoog ziet Alicia d'r vrijer, de altijd te dun geklede Van Veldhoven, door het gebied dwalen en met de mensen spreken die er wonen. Mooie rustige woorden wisselen zij uit, in een vergeten tempo. Soms zijn er jonge mensen in beeld die ook in de schoot van dat land wonen en de gang van zaken voor lief nemen, ze kennen drift noch weidse gebaren.

Zij vertelt Lansink er over.

'Ik had angst,' zegt hij, 'voor de daar wellicht heersende bekrompenheid, die oprukkende natuur, vretend aan al het cement. De Hedwigepolder ligt daar toch ook in de buurt?' Alicia beaamt dat. 'Ik zag al van die borden staan.' zegt Lansink.