over passie en gestreken zeilen
ademt een zeeman de verzeilde tijd
in stad en haven had hij een meid
in arm en ziel het weerbarstig reilen
afgemeerd geen kust nog te begeren
waarnaar mannen dromend snakken
om liefde en schoonheid uit te pakken
de tomeloosheid niet de rug te keren
in de woorden die nu volgen
geen ommekeer die erin schuilt,
zegt juffer, goud wordt ruggelings gedolven
met het puntje van de tong en pruilt
hartstocht vaart in golven
stormenderhand en huilt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten