“Het gaat dooien.” Van Veldoven knikt in de richting van het raam, “de beken zullen vollopen en dan de uiterwaarden bij de stad. Deze grond ligt hoog, gelukkig.”
Alicia vouwt de krant dicht en kijkt hem aan; tien minuten later geboren, ze herinnert het wachten op hem. Ze ziet zijn verschoten hemd en dito broek, de nieuwe, hooggesloten schoenen.
“Grafeen”, ze laat de e's langgerekt klinken en vlak voor de 'n' zakt haar stem, “geldt als een Europese uitvinding.” Ze steekt daarbij haar linkerhand met de wijsvinger gestrekt op.
“En de jaarmarkt,” wil Van Veldhoven weten, “hoe zit daarmee?”
“Geen woord over gelezen,” antwoordt zij. “Zolang de marktmeester onvindbaar blijft is het wachten geblazen, lijkt me.”
Door het venster zien zij schouder aan schouder de maan in het eerste kwartier staan en horen ze het smeltwater stromen.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®
Geen opmerkingen:
Een reactie posten