Op televisie is een man aan het woord. Hij geeft antwoord op de vraag wat hij ervoer toen hij het hoorde. Hij had zelf zoiets meegemaakt, zonder vuurwerk. De man spreekt de van thuis meegenomen woorden maar wordt door de presentator onderbroken. Later zal er op teruggekomen worden. De man doet wat hem wordt opgedragen, hij wil de orde niet verstoren.
Dan is de beurt aan de minister van buitenlandse zaken, die vertelt over de vluchtelingen die naar de omringende landen trekken en daar hun tenten opslaan. Er moeten geen wapens aan de strijdende partijen verkocht worden.
Aan de gesloten hekken van de diplomatieke vertegenwoordiging drommen mensen bijeen. Zij steken borden omhoog waarop ze woorden in een taal die men goed begrijpt hebben geschreven. Ook in de taal van het land waar hun ongerustheid naar uitgaat. Ze roepen door elkaar, slaan op potten en pannen met het ritme dat herinneringen opschudt aan de mars met duizenden door de straat van de Grote Stad en aan ruiten die in hun sponningen rinkelden door het harde roepen.
© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen ®
Geen opmerkingen:
Een reactie posten