vrijdag 25 december 2015

Wit dingetje



Het is de eerste koele ochtend sinds maanden. Onder de douche vandaan, terug in de keuken om het gas onder de percolator uit te zetten, ziet u dat de fixie van uw zoon er niet is. Het is geen grote keuken, het appartement is sowieso niet groot. Behalve nu, nu de deuren van de kamers van de kinderen gesloten blijven.

U brengt de dagen binnenshuis door en probeert te werken. U zit aan de Kleine Tafel bij het raam met de handen in de schoot. Het ontbreekt u aan discipline om bij het licht van de kleine lamp Lof der schaduw te lezen terwijl u, zo nu en dan opkijkend, nacht en schemer ziet verdwijnen.

Beneden, ver weg in de tuin, wandelt een vrouw met een hond; dan twee kinderen met schooltassen en een oude man die een zakdoek uit zijn zak trekt waarbij een wit dingetje meekomt. Hij merkt het niet. U onderdrukt de impuls het zware bruine vest en de veterloze schoenen aan te schieten om het witte dingetje te bekijken.

Van alles bent u zich bewust: de bewegingloze woonkamer, de stem van een montere vrouw op de radio die vertelt dat de winnaar van de muziekvraag een jonge vrouw is die Noorse letterkunde en klarinet studeert. De presentatrice doet geen moeite om haar bewondering voor deze dubbelstudie te verbergen. De suite voor klarinet en piano, op.10 in Es gr.t. Elegie, Busoni, wordt onderbroken door nieuws en weerbericht.

Meteorologen kunnen geen langetermijnvoorspellingen doen, vindt u. De moeite die de mens doet de natuur te dresseren is nutteloos.

De koffie die u in uw favoriete kom schonk is nu koud, toch drinkt u die op omdat u denkt dat de cafeïne helpt helder te blijven.

Het witte dingetje is verschoven zonder dat u hebt gezien hoe. Iemand moet er tegenaan geschopt hebben, per ongeluk, of expres uit nieuwsgierigheid om te zien of het dan van schrik onder de struiken zou wegschieten of als een naaktslak ineen zou krullen. De oude man die terugloopt herkent het niet als iets dat uit zijn zak is gevallen.

maandag 30 november 2015

De snackcorner


In het warenhuis bent u in de snackcorner aan een tafeltje gaan zitten buiten het zicht van winkelende bekenden, afgeschermd door een muur.
Een vrouw, gevolgd door een man, komt binnensloffen en speurt nadrukkelijk in verschillende richtingen naar de vrije plekken en de etende mensen die er zo bij zitten dat ze voorlopig niet weg lijken te gaan. Ze zijn de Kleine Stad.
Nadat de vrouw en de man met hun rollators een tafeltje hebben bezet lopen zij, nu zonder te sloffen, naar de counter. Hij wijst naar de croissants, die wil hij en koffie, in zo'n hoog glas. Van de stapel links van het grijze luik pakt zij een dienblad en neemt met de plastic tang twee croissants. Hij loopt terug naar de tafel.
Voordat ze in hun broodjes bijten roert hij met nadruk om beurten in haar en zijn glas cappuccino, rangschikt de papieren servetten, schuift het meegebrachte bestek weg en slaat vluchtig een kruis. Zij volgt.
Tijdens het kauwen geeft hij haar aanwijzingen hoe zij haar tas en het zware bruine vest op de stoel naast zich moet zetten. Zij staat op. Zij heeft wat losse munten uitgeteld die zij aan de beheerster van de toiletten geeft, en knikt van daaruit in zijn richting, de beheerster knikt ook.
Als u weg wilt gaan moet u de drang onderdrukken het bordje waarop uw saussijzenbroodje lag op tafel te laten staan. Bang hierop gewezen te worden brengt u het toch naar de trolley rechts van het grijze luik.

vrijdag 20 november 2015

Vest



Vest bezit hebbelijkheden waarmee het zich kwalitatief van andere vesten onderscheidt; het is vegetarisch, het rugpand, de mouwen en de enigszins opstaande kraag zijn gebreid uit chunky wol met pendikte 8. De borststukken zijn van imitatie-suède dat makkelijk kan scheuren. Net boven de heupen zijn, als twee luikende ogen, ingenaaide zakjes. Daar is het imitatie-suède door de duim en vinger verkleurd, zoekend naar de Ronson benzineaansteker en kleingeld.

Vest lijkt op een collega en heeft ook iets weg van de colberts in de gangkast. Die deur wordt slechts een enkele keer geopend om met de gestrekte arm een uit zwang geraakte kledingstuk weg te hangen.

Een woekerend voorgevoel zegt dat de verborgen jasjes met elkaar een verhouding zijn aangegaan. Het zicht op één arm en het lichtloze daarachter leidde tot dat winderige gezang.

Vandaag ligt Vest op tafel en wordt met gestrekte arm en uitgestoken wijsvinger aangewezen en afwachtend aangekeken. Vest is een goeie doodzwijger.

zondag 4 oktober 2015

Spaar voor gratis messen


Tenslotte is ze thuis en heeft de was, die haar dochter vanmorgen vroeg heeft gedraaid, in de bijkamer op het rek gehangen. Ze overweegt de kleine aardappelen alvast te koken en vanavond op te bakken. Onbespied staat ze voor het keukenraam en kijkt meditatief naar de tuin, naar de hoog opgeschoten stengels van de aardperen, de tegenstelling die de grote frisgroene bladeren vormen met het vergrijzende rood-roze van de hortensia. In de plataan is een enkel blad al vergeeld.

De trein van 08.49 reed een onbetekenend betonnen station binnen waar een groep jonge mensen instapte, druk pratend en wijzend op hun smartphones.
Dat zijn studenten, dacht ze, en het volgende station is dat van de eeuwenoude universiteitsstad. Daar zullen ze uiteenwaaierend naar de collegebanken gaan. Een bijzondere stad met boulevards en achterafstraatjes waar zij heimelijke pleziertjes beleven en niet naar de uitgestrekte velden omzien die zij zullen moeten ontginnen; dat zal wel spelenderwijs gaan.

Dat ze in de stiltecoupé was gaan zitten viel haar pas op toen ze uit het raam keek en haar ergernis voelde groeien door de pratende vrouwen. Natuurlijk, dit is onze onbedwingbare behoefte, dacht ze. Zo probeerde ze de oplaaiende ergernis te dempen en verweet zichzelf niet in de stemming te kunnen komen de vrouwen terecht te wijzen. Ze voelde haar maag krimpen, het was de angstige misselijkheid die naar de bleke verlammende woede schoof.

Toen de trein wegreed las ze op een reclamezuil: spaar voor gratis messen.

donderdag 17 september 2015

Stadsman




Het is zo'n zomerse dag. Het kwik stijgt naar diep zuidelijke waarden. Nieuwslezers roepen een weervrouw enthousiast toe of er al een of ander record is gebroken.

'Bijna!', schreeuwt zij, 'het scheelt een achttiende graad.'

'Hoe gaat het nu verder? Is een invasie van exoten te verwachten?'
'Nee! De hemel zal vanuit het westen dichttrekken, de wind zal toenemen en avontuurlijk weerlicht en donder komen aanrollen.' en zij wijst op de foto die eerste luitenant Lansink vanuit zijn uitkijkpost naar de studio overseinde.

Van Veldhoven veert op als het bevrijdende geraas klinkt, geen B25 Mitchel met brooddroppings. Niets doet hem meer plezier dan regen op snikheet asfalt. Onbeschroomd staat-ie op het balkon, snuift de industriële stadslucht op, zijn torso gloeit er van.

donderdag 20 augustus 2015

Een Noorse bakkerswinkel




Er is geen aanwijzing, niet in het boek dat vader leest of in de stem die hem doorgaans het een en ander influistert maar is zijn conclusie; 'ik richt een Noorse bakkerswinkel op...!'

Aan de basaltstenen achterwand hangt hij een smalle plank waarop gevlochten broden moeten gezet. De ruimte tussen de toonbank en de muur is klein, kleiner dat dan hij er begrip voor heeft, een man én een vrouw van normaal postuur kunnen er niet keren.
De platte broden zet hij als moderne romans voor het winkelraam en een vrouw met fijnbesneden gezicht en oplichtende ogen gaat er naar vragen. Eerst wrijft ze aan haar schort de handen droog.

Vader kent deze soort, zij vangen meeuwen, bijten ruwweg de kop van de kabeljauwen en met beekheldere stemmen stellen zij vragen over het brood.

donderdag 6 augustus 2015

De kuip



De accuboormachine van een betrouwbaar merk, door de gore knuist omklemt, nadat met de machine, waarin een tienmillimeter houtboor steekt, een gat geboord is in een bruine plastic kuip die uw vrouw bij het goeiedoelenwinkeltje kocht, rust op de dij van het rechterbeen dat over het linker is geslagen.

Zij stort zware zwarte grond in kuip en zet er jonge sla in.

Naast die kuip zit u, als de gehuurde jager, op de klapstoel – aan de stoeprand gevonden – en wacht tot de kat een klein gat in de schutting zal gebruiken de tuin in de sluipen om in de verse aarde haar vlag te planten. Met soepele pols weegt u de machine.

zaterdag 25 juli 2015

Wemelen



Overal in huis hangen zeer kleine spinnen. Als die niet worden gedood zal het over een maand wemelen van de woest tandenknarsende dieren. Kastdeuren moeten met zorg worden geopend om de gesponnen draad niet te breken.

Maanden is hier op gewacht...

En er bestaat een dier dat onder de huid van anderen eieren legt. De bult, zo groot als een steenpuist, is dan het nest. Als de gezwollen puist op het hoofd opengaat zoeken de jonge dieren tussen de haren een uitweg.

In de tuin slaat de merel aan. Die waarschuwt de jongen voor de poes.

Op spinnen, fruitvliegen en muizen na, worden in huis geen dieren verzorgd en opgejaagd.

Wemelen is een fijn woord als weerwil, Wim en waarachtig.

zondag 19 juli 2015

Oeverloze fantasieën


De kast staat net niet tegen de verwarming aan, er is een kier gelaten. Eerst werd er aan een gleuf gedacht, dat het wel zoiets zou zijn, daar leek de ruimte te krap voor. In de nauwe ruimte worden de plastic tassen bewaard.

De linkerelleboog rust op tafel en de wijsvinger drukt tegen de lippen, de archetypische houding achter het beeldscherm; ... is het 'bewaren' wat er in de kier gebeurt?

Het zijn de tassen uit de Franse supermarkt, vaal versleten maar nog bruikbaar. Het is opbergen, net als de borden van het servies. Het verschil is dat de tassen in de kier gepropt worden en de borden in de kast niet. Het proppen gebeurt zonder die broeierige gedachte die in een overvolle trein ontstaat.

Toen de tassen tussen de kast en de verwarming werden weggetrokken, is er een herinnering aan de broers: één van hen is op pad de ander gaat met de koffie aan tafel zitten en hoort de klok. Van hun laaggedakt huis, halverwege de helling, staan de ramen open. Gisteren was er daar beneden reuring. Het water dat er naartoe stroomt was tot aan de rand gestegen. Wrakhout, dachten beide mannen weer eens, dat zou daar van pas komen, net als een vlot. Maar hier in de buurt kan er geen schip vergaan en het magnetisch veld, is hier niet.

Zij verkiezen de helling boven het dal en oeverloze fantasieën inplaats de handen uit de mouwen te steken.

Het is fijn aan de broers te denken alsof het familie is.

zondag 12 juli 2015

Kraag






Collega B draagt graag geruite hemden en daarover een vest met opstaande kraag, van wol, niet te dik of te dun, tot halverwege dichtgeritst.
Om tien uur schuift hij zijn toetsenbord van zich af, opent een plastikzakje en bij het nemen van een enorme hap waarbij de helft van een dubbele boterham tussen zijn kaken verdwijnt, knikt hij u vriendelijk toe. Tijdens het malen wordt het zakje weer dichtgeknoopt en verdwijnt in de tas.
Iets verder weg op zijn bureau staat een glas water waaruit hij kleine slokjes neemt. Niks gulzig naar binnen klokken en uit de mondhoeken laten sijpelen van genadeloos stervende dorst. Om half één komt er een andere collega binnen, zijn vriend, die hem gebaart mee naar buiten te gaan. Als het drie uur is gaat de tas weer open en verschijnt de appel.
U houdt van kleine appels, de Elstar. Als dat seizoen voorbij is wilt u weleens de Jonagold eten.
B zet zijn tanden in de appel en gebruikt ze als een wig waarmee de appel wordt klemgezet, met de rechterhand duwt hij de appel omhoog en krakend laat er een deel los dat dan onverbiddelijk malend zal verdwijnen.
In het geluid van het losscheurende deel ervaart u de beproevingen van het verloren paradijs, haar ondergang, smeltende poolkappen, provinciegrote ijsschotsen die hun weg naar de evenaar zoeken.
Uit eerbied en onvermogen ten opzichte van zijn ijzeren orde dicht u de collega de scheppende kracht toe. En u, de dwalende, de dolende, die Lilith aan uw zijde verkiest boven Eva, kijkt ademloos toe.
Eén keer droeg B een wit overhemd. Het was van moderne snit met een kraag waarvan de punten niet naar de borst wezen maar op het sleutelbeen rustten. Doordat de knoopjes van het hemd in een ander ritme waren vastgezet dan bij de geruite overhemden was een deel van de plek waar de sleutelbeenderen zich gelukzalig aan het borstbeen vastgrepen, zichtbaar.
Na het compliment dat u hem gaf heeft B dat hemd niet meer gedragen.




dinsdag 7 juli 2015

Wendingen




In pyjama gaat u aan tafel zitten en regen valt loodrecht uit de hemel. Goudsbloemen en anemonen blijven gesloten.

Het Grote Licht doet u niet aan. Omdat er ruimschoots vaalgrijs hangt haalt u uit de andere kamer de Kleine Lamp en denkt aan de tijd dat de mensen met dit weer dicht bij het raam zijn gaan staan om de brief te lezen.

Gisteren, op weg naar huis las u Naar de andere oever van Ilse Aichinger. Op een tussenstation stapten twee jonge mensen in die naar uw oordeel te dik waren. Zij droegen papieren zakken waarin to go eten zat. Zij zagen elkaar in de ogen, hielden de handen vast en spraken met zachte stem. U droomde de moed te bezitten vragen te stellen. Zij vertellen dat het een keuze is zo te zijn. Geen overwogen keus zoals u die maakt om in pyjama aan tafel te gaan zitten. 'Dit zijn de wendingen, de weg immers, is geenszins bestendig', zal de vrouw u terechtwijzen, de man zal haar instemmend knikkend bijvallen en u zult beschaamd het boek weer opnemen.

Aan hun taal te horen kwamen zij van ver.


dinsdag 30 juni 2015

Licht

...u weet niet hoe het is gekomen, laten wij het daarop houden, al die scherven zo op de schotel. Gesteund door uw handen richt u het hoofd op.
Dat het een kopje was, is niet lang geleden. Maar op de minuut af weet u het niet. Ook weet u niet hoe het brak en de oorzaak van de val. Viel het? En ook niet hoe de scherven op de schotel kwamen en het geheel op tafel terecht kwam waaraan u nu zit te peinzen. Het licht is aan. U hebt nog gevraagd of u het was die het aanstak.

Uw ogen laat u half gesloten om niet te zien, niet om het licht door de oogharen te laten temperen en de vlijmscherpe randen te verzachten en het kopje opnieuw tot leven te brengen; de ogen sluiten half en u weet niet hoe dat komt...

dinsdag 16 juni 2015

Ontleedkunst



Op gezette tijden, waar hij geen weet van heeft als zijn lijf op de bank ligt, waarschuwt de vrouw. Zij heeft een regelmatig humeur, een fijn besneden gezicht, laat etudes klinken en schikt de groenten. Met die vanzelfsprekende handen trekt zij stukjes huid van de man af - en passant, verklaart ze - en legt die, tijdens het gelukkige huwelijk, met wat botten alvast bij elkaar.


maandag 8 juni 2015

Toverros




Langs het voet na voet ontstane pad wordt gelopen naar de verre winkel. Met een band vanaf de schouder schuin langs borst en rug hangt de tas op de heup. Het boek over de oorsprong en verdere ontwikkeling van reptielen is er ingedaan. Het wordt teruggebracht vanwaar het is gekomen.

Gisteravond namelijk, zag men een verslag waarin werd verteld dat de steur als volwassen dier driehonderd kilo kan wegen bij een lengte van drie en halve meter.

Door de eens heersende en knagende honger tussen de Grote Rivieren verdween de steur.

Men zag de foto van hologige woeste visser die op de rug van zo'n dier zaten als op het Toverros. Zij hadden het, onveranderd sinds de prehistorie, met man en macht uit het water gesleurd.

Jonge vissen zijn daarom uitgezet in de waterweg, een open verbinding tussen zoet en zout.

Dat was voldoende.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®



maandag 1 juni 2015

Terloops

De ochtend begint zoals altijd met het huishoudelijk gedoe. Er klinkt een dissonant die haar hoofd opricht: vingers die in de Mazurka te langzaam naar het volgende akkoord gaan, een werkwoord dat op een andere plaats wordt gezet. Dat verbaast, net als het zien van versleten handen die het goed uit de machine trekken en het fijne linnen op het rek hangen.

Ze sliep licht, vervelende kussens hoopten onder het dek.
Buiten riep een dier een ander dier.

Ze wil de ochtend zelf zien wel weer in zijn driedelig grijs met een mooie das; van hem weglopen nadat de schilfers van de schouders zijn geveegd in de terloopsheid van alle handelingen.


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

dinsdag 26 mei 2015

Bodhisattva

De ruisende regen maakt u wakker, toch sliep u niet, u zit aan tafel met de ellebogen aan de weerszijden van het boek, beide handen tegen het hoofd.
Op de bank ligt de krant, slordig gevouwen. Die is daar door de berichtgeving geïrriteerd achtergelaten. Het is een krant vol klachten van mannen en vrouwen die campings beheren, hoteleigenaren en -tot uw verrassing - overkoepelende organisaties en belangenverenigingen. Een nieuw spoor is gevonden waarover de kar kan rijden: het weer, een achtbaan.

'De menselijke geest raakt in de war door voorspelling van de weersverwachting op lange termijn. Dat maakt de mensen wantrouwig en houdt ze alleen maar binnen. Ze durven niet naar de belendende provincie af te reizen, om uitheemse zandruggen en bossige vennen te bezichtigen. Weermannen en –vrouwen zouden moeten benadrukken dat na de regen weer zonneschijn komt en de mens tussen de buien door er best nog even uit kan, snel een hotelletje, het bed in, er weer uit, de uitsmijter verorberen, afrekenen, weer naar huis, en dat het gras ergens anders groener is, een weide gevuld met antilopen.
Over het weer in het verre zuiden moest maar eens gezwegen worden, daar wonen de potverteerders, lapzwansen, verschrikkelijke mensen. Daar schijnt de verzengende zon en blakert de aarde almaar zwarter. Dat moeten ze zeggen.'

Hier hoort u de regen ruisen. Ergens verderop wordt hinder ondervonden, een hond die achter een andere aanrent en daarbij blaft, de leiband om de enkels wikkelend, een deur die niet goed wil sluiten omdat de vingers van een huilende man ertussen zitten.

U staat aan de kant en houdt u stevig vast aan de mening dat u niet meespeelt, dat u niet vergiftigt bent – om mani pad me hum – dat u een bodhisattva bent, u bent wat door de kamer gaan lopen en overweegt een trui aan trekken.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

maandag 11 mei 2015

Een blik naar buiten

Twee schepen voeren op elkaar en een ervan zonk. De massa verdronk en het beloofde vuurwerk werd toch afgestoken.

Op televisie is een man aan het woord. Hij geeft antwoord op de vraag wat hij ervoer toen hij het hoorde. Hij had zelf zoiets meegemaakt, zonder vuurwerk. De man spreekt de van thuis meegenomen woorden maar wordt door de presentator onderbroken. Later zal er op teruggekomen worden. De man doet wat hem wordt opgedragen, hij wil de orde niet verstoren.

Dan is de beurt aan de minister van buitenlandse zaken, die vertelt over de vluchtelingen die naar de omringende landen trekken en daar hun tenten opslaan. Er moeten geen wapens aan de strijdende partijen verkocht worden.

Aan de gesloten hekken van de diplomatieke vertegenwoordiging drommen mensen bijeen. Zij steken borden omhoog waarop ze woorden in een taal die men goed begrijpt hebben geschreven. Ook in de taal van het land waar hun ongerustheid naar uitgaat. Ze roepen door elkaar, slaan op potten en pannen met het ritme dat herinneringen opschudt aan de mars met duizenden door de straat van de Grote Stad en aan ruiten die in hun sponningen rinkelden door het harde roepen.


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen ®

woensdag 6 mei 2015

... de goede en kalme drol I

'Je hebt een drol in het hoofd.'

Hij gaat bij de spiegel staan en doet zijn haar opzij en ziet de drol liggen. 'Het is een goede en kalme drol,' zegt hij, 'maar kan ik dit wel...?'

'Denk er niet te veel aan en eet goed, dat houdt de drol waar die is. Laat je hoed in het vervolg thuis'

Voorzichtig legt hij zijn haar op de afgesproken plek, eronder schuilt de goede en kalme drol.

© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®



… de goede en kalme drol II

Hij zit met de goede en kalme drol aan een vijver in het park van een verre vreemde stad waar zij naartoe reden.

'Wil je misschien even zwemmen...?'

De goede en kalme drol, die gewend is in het hoofd te wonen is bang voor het water en houdt zich stil.

'Ik doe maar een suggestie,' gaat hij vertwijfeld verder, 'ik heb niet eerder de goede en kalme drol bezeten, de omgang ermee is mij onbekend...'


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®



zondag 26 april 2015

Eenden

In het voorjaar zitten er drie in het natte gras van het veldje tussen de huizenblokken. Twee naast elkaar, de derde zit op afstand.

Als ze in beweging komen, omdat grote stukken witbrood uit een keukenraam worden gegooid, houden ze de kop ingetrokken, de snavel ligt op het bovendeel van de borst.

Waggelend komen ze achter de heg vandaan, de woerd van het paar maakt een zacht kwakend geluid. Het vrouwtje, in haar bescheiden kleed lijkt de leiding te hebben. De tweede woerd volgt gelaten. In de optocht is er tussen het paar en de derde ruimte voor een vierde volgroeide vogel.

Vandaag zitten ze langer en onbeweeglijk in het gras. De woerden liggen zo ver uiteen dat ik niet kan zien welke van de twee met het vrouwtje het paar vormt. De keukenramen blijven dicht. Op een meter bij de dieren vandaan schijnt de zon op het gras, zij zitten in de koude schaduw.

De sloot, die uitmondt in een meer met nieuwe rietscheuten, is vijf minuten lopen vanaf het raam waarachter ik sta. De eenden zullen - als ze weg willen - in de lengterichting van de huizenblokken moeten opvliegen, rekening houdend met de wind en de brede kruinen van twee iepen.

Als de vrouwloze woerd te dicht in de buurt van het vrouwtje komt wordt hij met zagend gekwaak door zijn evenknie verdreven, die strekt de kop ver naar voren en spreidt de vleugels. Even lijkt hij op te vliegen.

Ik ken mensen die dieren menselijke eigenschappen toedichten, dat dieren beredeneerd handelingen verrichten en geperverteerde interacties nastreven.

Niet alleen op het grasveldje tussen de huizenblokken zie ik deze combinatie: twee woerden en één vrouwtje. Voor de deur van de patatwinkel zit ook zo'n drietallig stel.

Of zij de nachten in het gras doorbrengen weet ik niet. Als ik de gordijnen openschuif zijn ze grote stukken brood naar binnen aan het schrokken en hebben ze gezelschap van zilvermeeuwen die grote afstanden afleggen: het veldje ligt ver van de kust af. De meeuwen schrokken de krop vol en vliegen op.

Het zichtbare verschil tussen de twee woerden is dat de één met het vrouwtje een paar vormt en zo het getal twee.

Vanachter het raam kan ik niet horen of ze een zacht kwakend geluid maken. Soms doen eenden zoiets zonder dat de snavel opent, een keelklank.

De woerd van het paar waagt zich achter de heg, uit het zicht van de ander, die nu geruisloos op de poten komt en met schuine kop naar het vrouwtje waggelt en bij haar gaat zitten, alsof hij degene van het paar is.

's Middags zit er een woerd op het bordes; ik kan niet zien welke van de twee of van vele anderen dit is.

Eenden paren in het water.

(vrij naar; 'De Koeien' door Lydia Davis, 'De taal van dingen thuis' Atlas Contact 2014)