donderdag 1 september 2016
Grand Café
In de buitenwijk staat een gebouw. Daarin zijn ouderen gaan wonen. Die er hopelijk nog monter en op eigen benen naar binnen zijn gegaan. Na de entree stonden ze dan in de ruimbemeten hal, tafels en stoelen, gerangschikt in zitjes. Op een van de twee met goudkleurig skai beklede banken zijn ze even gaan zitten, om te bekomen van de reis en de bestemming. De banken staan op een vaalblauw kleed waarop ook vier ogenschijnlijk uit touw gehaakte poefen staan; twee zijn ook weer vaalblauw en twee vergrijzend wit, geschikt voor zestienjarigen. Dit staat gegroepeerd rond twee salontafelhoge, glimmende rustiek gebarsten houtblokken, waarop de koffie en de thee, die maar niet worden gebracht, neergezet kunnen. De volgeschonken vrolijk bedrukte kartonnen bekers staan koud te worden op de toonbank, sinds enkele jaren de 'counter'. Naast de toonbank is de winkel 'gesitueerd'. Een kwansuis landelijk beschilderd bord erboven duidt een deurloze koelkast met blikjes frisdrank, zes flesjes bier – op is op – en verpakte diagonaal doorgesneden boterhammen, aan als 'winkel'. Op gelijke hoogte met het bord 'winkel' hangt boven de toonbank ontspannen het bord 'Grand Café'.
Iedereen weet wat een Grand Café is; een grote lichte ruimte het hoge ramen en uitzicht op een zonnig verkeersplein met claxonnerende autootjes en scooters; of met uitzicht op een breed kanaal met lommerrijke oevers of op een levendige boulevard waarover publiek flaneert en de wind speels onder de rokken van geschrokken vrouwen blaast. In een Grand Café drinken vitale mensen cocktails. Zij kijken op hun beeldschermen en praten druk gebarend over wat zij menen te berde te moeten brengen, eclectici die salades met carpaccio eten. Op de terrassen van Grand Café's zitten vitalisten te roken, zij hebben de zonnebril erbij opgezet. In en rondom Grand Café's gonst het.
In de ruimbemeten hal zitten acht oudjes vier aan vier aan twee tafels en prikken in hun zondaggebakjes. Het bord boven de toonbank laat ook nog weten dat er soep, broodjes, uitsmijters en twaalfuurtjes besteld kunnen worden.
woensdag 17 augustus 2016
'Sitting on the porch drinking some ice-cold water'
Voor de deur ligt een verhoogd platform, het bordes, waarop een makkelijke stoel staat. Van Veldhoven drinkt er ijskoud water. Vijf betonnen treden lager het trottoir en de kleine tuin met een minimale verscheidenheid aan planten.
Aan de twintig benedenwoningen aan deze zijde van het woonblok ligt ook zo'n platform dat gedeeld wordt met één buur en begrenst is met een blauw geschilderd hek.
Het platform is met geel gemêleerde tegeltjes van vijf centimeter bij vijf centimeter betegeld en tot besluit in de volle lengte langs het blauwe hek met een grijze bies als goot afgezet.
De één betracht vegetatieve verscheidenheid in de kleine tuin, de ander volstaat met een ruimte vullende struik. Enkelingen legden zware grindtegels op de zwarte grond vanwege hun scooters.
Er is een brede ruimte tussen dit woonblok en dat aan de overkant. Dat van de overkant wordt, nu, om half zes 's middags, onbekrompen door de zon beschenen. Er staan speeltoestellen in de ruimte, onderanderen om het evenwicht te oefenen, balans te vinden, banken van beton, verschillende soorten bomen en er ligt gras, zoëven gemaaid.
In de beide woonblokken wonen bovenmatig gevulde mensen, groot en klein. Enkelingen houden honden van uiteenlopende soort en vacht waardoor de dieren niet tot een kenmerkend ras te herleiden zijn. De enkelingen gaan met hun honden naar het rechthoekige park achter de woonblokken om die daar uit te laten; niet in het brede gedeelte tussen woonblokken. Qua dierlijke uitwerpselen, en in het bijzonder dat van honden, blijft dat ongerept. Bij de ingangen van het park worden de honden opgetild vanwege het 'wildrooster' dat is neergelegd om te voorkomen dat honden al dan niet aangelijnd het park binnenkomen.
Op een van de betonnen banken zit een vrouw met een mintgroen truitje. Eerder liep ze met haar kinderen in de supermarkt achter de woonblokken – haar kinderen vragen haar aandacht met het Turkse woord voor moeder 'annê', de bedrukte 'e' wordt bij het aanroepen een korte tijd aangehouden zoals in de Nederlands, ietwat zeurderig, bij màhàààm. De vrouw heeft een aantrekkelijk figuur: brede heupen, kleine borsten en weinig ronde vrouwelijke buik. Is ze één meter zestig, of zelfs iets kleiner?
Zodra ze gehoor geeft aan haar kinderen, pakt ze de boodschappentas, ze sjouwt een beetje. Van Veldhoven volgt haar trage en charmante gang.
Rond etenstijd raakt het brede veld tussen de woonblokken verlaten. Boven de woonblokken is de hemel onbewolkt, rechts hoog boven het lang gerekte dak de halve maan in het eerste kwartier, als er een denkbeeldige stok aan de heldere halve schijf geplakt zou worden verbeeldt het de 'p' van premier, in de kruinen van de verschillende bomen wordt de wind zichtbaar, vijf beaufort, minstens. Morgenochtend zingen de kraaien weer.
zondag 31 juli 2016
de hobbyist
De oude wasmachine begon met de dag dramatischer te rammelen. Eerste luitenant Lansink, vanwege zijn opvattingen buiten dienst geplaatst, vroeg de reparateur langs te komen in de hoop dat die met magische handelingen de souplesse in de machine kon doen terugkeren. Hij komt langs, zegde een lieve collega toe. 'Dat zal pas over twee dagen kunnen, tussen acht uur 's morgens en één uur 's middags. Ja, zo gaat dat nou eenmaal.'
De man monsterde de oude machine, zette er ostentatief een attachékoffertje op, klapte dat open en startte de daarin verborgen computer. Onder het uitspreken van de schrik aanjagende woorden: 'We gaan dit ding eerst eens even compleet uitlezen', plakte hij magnetische sensoren en een zuignapje tegen de voor- en zijkant. Op het scherm van de computer lichtte een icoontje op waarin een groen balkje van links naar rechts kroop. Bekomen van het woord 'ding' vroeg Lansink wat de computer allemaal te weten zou kunnen komen. 'Alles, meneer de eerste luitenant, alle mankementen, alle wasbeurten die gedraaid zijn sinds de aankoop, alles zit in het printje opgeslagen, en dat krijgen wij zometeen te zien.' Ook het illegale..? die roekeloze wasbeurten die Lansink in het halfschemer van de badkamer deed, die vermetele wasbeurten die hem de man maakten die hij nu is: een voltijds hobbyist. De machine gaf niets prijs, bacteriële slijtage was goddank tot diep in het printje doorgedrongen en had het geheugen omgezet in roest en pluizig wit-groene schimmel. De reparateur draaide met de hand de trommel wat heen en weer, luisterde naar het gekraak en maakte de hoofdrekensom: alea iacta est.
–
Voordat de nieuwe wasmachine kon komen moest eerste luitenant b.d. Lansink een grondig warenonderzoek doen: De cost gaet voor de baet uyt, de VOC mentaliteit die hem net zo eigen is als de Heckler & Koch HK416 die hij 's nachts wadend door de heuphoge branding boven zijn hoofd drooghield en het land van een door zijn baas aangewezen despoot bevrijdde.
Nu staat de nieuwe wasmachine er. In de armen van een krachtpatser, met het postuur van een rugbyspeler werd het naar de badkamer gedragen. En de oude, honderd kilo zwaar, naar beneden.
Moderne wasmachines zijn elektronisch complexe apparaten en maken een lijvig hoe-het-moet-boek noodzakelijk. Om het te dresseren, aan te voelen met welke druk op welke knop het wel of niet naar Lansink's zin zal reageren heeft hij er een makkelijke stoel bij gezet. Met een fles Chardonnay en wat algemene knabbeltjes bij de hand, het 'hoe-het-moet-boek' op schoot, het licht gedimd, laat Lansink de nieuwe machine de eerste wassen draaien; de bonte en de witte en de met synthetische krullen gevulde dekbedden van de twee broers, die in een staatsgreeprijk land de resten van een oude beschaving aanwijzen.
zaterdag 23 juli 2016
Krukje
'Kijk' trots wrijft Van Veldhoven met een doek over de deur, 'echt kastanje, van de boom die daar heeft gestaan, waar nu die scheve groene parasol is, bij dat tafeltje, naast de frambozen. Dáár. Overgrootmoeder, klein kind nog, duwde die zacht glanzende noot, het besluit van de zomer, met de duim in de grond. Er moesten jaren overheen gaan toen er op die bewuste avond ongeduldig werd rondgekeken en boos gevraagd waar zij deze keer nu weer was, die wispelturige dragonder die uit het niets was komen aanwaaien en onze taal sprak, met een accent weliswaar. We waren allemaal klaar, gekleed voor de rit naar het concert. Dáár, werd er plotseling geschreeuwd, dáár is-ze, ze hangt aan de boom. Het krukje, vlug, schiet op, pak dat ding, anders zijn we er te laat bij, waar is dat stomme krukje, waarom sleept iedereen het ook overal mee naar toe zonder het terug te zetten waar het hoort, daar waar het gewoon gevonden kan worden als het nodig is!'
'Zij schopte het onder zich weg en het tuimelde pardoes in de sloot. De wind kreeg er vat op en blies het als een vlotje naar het kanaal en de sluis, waar de klippers en coasters wachtten geschut te worden om dan naar zee af te glijden.'
zondag 3 juli 2016
Het muurtje en het kalf
Doodgemoedereerd loopt Van Veldhoven naar het muurtje bij de dam
verderop. De broers hadden het gezet als erfscheiding zeiden ze. Dit hier,
wijzend naar het gras, het riet, wat ganzen en eenden, hoort aan ons, en
verderop is het van hun. Wat met 'hun' werd bedoeld begreep Van
Veldhoven: hun die aan het eind van de dam, op het vasteland zeg maar,
hun huizen en schuren bouwden. 'Ons' betekent dat hij het lapje gras deelt
met de broers en moet onderhouden. Dat, als hij vanaf de dam deze kant op
zou komen, zij bijvoorbeeld tegen hem kunnen zeggen dat-ie daaraan moet
doen: het riet snijden en het gras wegzeisen.
Het muurtje is hoog genoeg dat-ie er zonder moeite op kan gaan zitten,
zonder sprongetje of door z'n knieën te moeten zakken. Dat hadden die
mannen toch wel mooi voor mekaar.
Er schijnt een bleek zonnetje en de gele en paarse morgenster houden het
bloemblad gesloten. 'Wat het weer betreft belooft het vandaag niet veel
goeds,' mompelt hij.
Van over de dam komt Alicia aangelopen, ze heeft een kalf dat, gelijk Van
Veldhoven, doodgemoedereerd meesjokt aan een touw. 'Wat moet dat kalf,'
vraagt VanVeldhoven. 'Hier,' zegt ze, en wijst naar het gras. 'Zou een geit
niet beter zijn?' 'Nee, joh, aan een koe heb je meer.' 'Het is nog een kalf.'
'Klopt, je moet ook wachten.' Het dier kijkt nogal dom in de verte, waar het
zojuist vandaan kwam. 'Zou het terug willen?' vraagt Van Veldhoven zich
hardop af, 'erg snugger lijkt het niet.' 'Het heeft gewoon een treurige snoet,
dat hebben koeien nou eenmaal' bezweert Alicia en gaat naast Van
Veldhoven zitten, 'en, het went wel, jullie allebei, geef het wat tijd, mooi
muurtje trouwens.' 'Hebben de broers gezet, als erfscheiding.' Alicia knikt
instemmend, het kalf begint met grazen.
©
vrijdag 24 juni 2016
De glottale fricatief
Nooit heb ik geweten dat zijn naam met een 'h', uitspraak 'há', – hierbij heft men bij wijze van groet enigszins de gestrekte rechter-, of zo men wil de tot vuist gebalde linkerhand – erbij geschreven moet worden, horen doe je de 'h' niet. Het is een zachte klank, de spiritus lenis. Hoewel? Terwijl ik dit schrijf hoor ik mijn stem de naam fluisteren inclusief de 'h'; in aanzet tot de 'eu' alvast wat lucht laten ontsnappen aan het opengezet strottenhoofd.
Voor mijn geestesoog; een prachtig instrument en de reden dat ik geen verre reizen onderneem, wordt de scene zichtbaar dat ik'em zie lopen over de dam op weg naar de winkel, ik fiets hem dan tegemoet, steek mijn hand op, haal diep adem, zet mijn middenrif eens flink open en roep; 'há Teun.' Fout! Door de kracht is de 'h' losgezongen uit de naam en tot de groet gevormd.
Heerlijk die letter, hij is er, je hoort hem die anderen '
anschmeicheln' , dan is ie stil, dan blaast'ie als Boreas door het zwerk…hoor!
Gezegend is de man die'em in z'n naam draagt,
altijd heeft hij een toevluchtsoord!
vrijdag 27 mei 2016
Soep
Ze zitten bij Alicia aan tafel en eten er soep. De courgettes waren in de aanbieding, zo'n beetje voor de helft van de prijs. Tussen het slurpen door wordt gepraat. Waarover is niet na te vertellen, denkt Alicia. Niet dat het geheim is, of onder de pet gehouden moet worden, het gaat domweg van de hak op de tak, maar is de moeite van het meedoen waard. Kletsen.
Lansink zit weer eens naast Van Veldhoven en hebben het over de begrafenis waar Lansink morgen naartoe moet. De broer van zijn zwager is dood. Waaraan die stierf weet Lansink niet. Het heeft hem wel aangegrepen, hij is moe van alle treurigheid.
De twee broers zouden ter sprake zijn gekomen als zij niet bij deze soepsessie aan tafel zaten. Een plan zou dan aan de hand moeten worden gedaan om de mannen bij het jonge vee weg te lokken en ze niet te laten vergeten tripes mee te nemen. Goddank zitten ze aan tafel, op Alicia's emotionele reactie hadden ze niet gerekend. De tripes komt na de soep.
Lansink is er voor uit Chongqing teruggekomen. Hij heeft het naar zijn zin in die miljoenenstad, constant in aanbouw en ontvelde hondenkoppen op een wollen kleed voor de deur. Voor soep, vertelde Chi, zijn buurvrouw, en na het slurpen zijn minnares. 'Kijk,' liet ze hem zien, 'dit zijn vast chiwawa's geweest, dat is genoeg voor ons twee.' Er over schrijven in brieven met aanhef: 'dierbare vrienden', doet hij niet; foto's, daarmee moeten ze het hier doen, en erover praten zoals nu bij Alicia aan de courgettesoep.
Tussen het eten en praten door oefent iedereen alvast op de aanstaande langjarige afwezigheid van Lansink en de broers. Hoe dat zal uitpakken. Houden de broers de kop weer omlaag, alsof ze jong vee rondom de benen zien krioelen? Gaat Lansink op natuurkundigenwijze de formule van het vliegen opnieuw uitrekenen? Alicia gooit een hand dobbelstenen tussen de borden, drie enen, een vijf, een twee en een vier: een combinatie die ze niet eerder heeft gegooid.
maandag 2 mei 2016
Saucijzenbroodje
Met het saucijzenbroodje op een schoteltje schuift u aan in de rij bij de kassa van het koffiehoekje van het warenhuis in de Kleine Stad. Niemand ziet dat u straks etend hoopt dat het zware bruine vest binnenkomt en over de stoel naast u gaat hangen, daar wordt gelaten en vergeten. De hand erin hebben lukt niet.
Aan het eind van de dag kijkt de jongeman met het opgeschoren hoofd vragend rond en gaat op de nog warme stoel naast het vest zitten met het oog op de grote ronde klok. Nu kunnen zijn gedachten met gemak terug naar de ochtend, toen hij de grijs-roze trui met het winkellogo aantrok, naar de vrouwen van ongeveer dezelfde leeftijd, naar het tafeltje waaraan ze gingen zitten dat hij met het vochtig geel doekje grondig schoonwreef. Ze besteedden geen aandacht aan zijn nauwkeurig werk, noch aan zijn Damascus-bruine ogen, zij spraken met elkaar. Beschermd door wat hij gelooft eet hij nooit saucijzenbroodjes.
donderdag 31 maart 2016
Objet trouvé
“Ja, het gaat goed, zo nu en dan zit het tegen, dan is het verderop verschrikkelijk onvriendelijk, dat hoort erbij. Door de zachte winter zijn er massa's muizen. Zij hebben het overleefd. Over van alles dat is gepoot zijn doeken gespannen tegen de zwarte kraaien en de eksters, die verzinnelijken het oerbeginsel van de yin-yang en het geluk tegenover het ongeluk, de kraaien dus. Maar die muizen, die kropen gewoon onder het doek door en vraten de boel kaal. Dat schoot niet op. Er wordt sinds een paar jaar ook geteeld in de kassen op water waar van alles aan toegevoegd is, maar dan heb je nooit het complete plaatje, het echte, dat van de natuur en de kouwe grond. We vangen hier ook mensen op die iets vervelends hebben meegemaakt of niet in orde zijn door een ongeluk, vanwege een vechtpartij of het verlies van een zwaar bruin vest. Maar het moet wel in balans zijn, dat weer wel.
In de lente kan het hekwerk geïnterviewd worden over wat het er van denkt, van dit decor, de herderstasjes en het karpatenklokje. Ja, ergens moet het ophouden, toch...”
dinsdag 1 maart 2016
Rizoom
Van Veldhoven pleit in de huidige omstandigheden voor ongehoorzame, doldriftige bomen, woekeraars met wortels tot ver in keukenkasten die het asfalt openscheuren. Bomen die 's nachts gillend over straat gaan, de weg versperren doordat ze onverwachts maar moedwillig omvallen, met laaghangende takken het treinverkeer hinderen. Bomen die zo dicht bijeen gaan staan dat ze een eendrachtig bos vormen voor dieren die bang maken en ongeacht wat er tegen gezegd niet luisteren. Ze zijn brutaal en bijten als de huizen worden verlaten om op adem te komen, nadat we met onze bijlen binnen hebben staan hakken.
dinsdag 5 januari 2016
De natuur
Er stond een man op het pad tussen de grasvelden, hij keek nadrukkelijk in de richting van het zuid-westen, zijn zeer kleine hond was bij hem in de buurt, houtduiven streken neer in het gras.
Nu staat hij dichtbij een vrouw met een zwarte hond, hij houdt zijn handen in zijn zakken en stapt telkens in haar haar gezichtsveld als zij draaiend om haar as de rennende honden volgt. Zij heeft oranje schoenen aangetrokken. Dat ziet u steeds vaker: vrouwen met oranje schoenen.
De vrouw heeft een slechte of uitnodigende houding, ze staat met haar onderlichaam naar voren gericht. Als er een tweede vrouw bij komt staan doet de man een stap naar achteren. Of dat gebruikelijk is op het grasveld bij de waterkant valt vanaf uw plek niet te beoordelen. U hebt geen hond die u moet uitlaten. Als u weer van het werk opkijkt zijn de man en zijn hond verdwenen, hopelijk niet onder het spiegelgladde wateroppervlak. De twee vrouwen kijken pratend naar hun spelende honden waar ze menselijke eigenschappen in leggen, daar zijn ze mensen voor en de honden zichzelf. De tweede vrouw heeft een donkere jas aan, dat maakt het makkelijk ze van elkaar te onderscheiden vooral omdat de eerste vrouw een lichte heeft aangetrokken met de bedoeling zich goed en zichtbaar van de ander te onderscheiden. De vrouw met de donkere jas draagt wel een rode muts en brengt haar hand naar haar gezicht. Het is te hopen dat zij zo eigen is met de ander dat het neuspeuteren geen probleem oplevert en moordende irritatie oproept bij de vrouw in de lichte jas die misschien herinneringen heeft aan haar broer en de harde stukjes onder de tafelrand (dit is een cliché...).
De vrouwen hebben hun honden aangelijnd en lopen nu in de richting die de man ging.
Toen de boekjes met naakte mannen en vrouwen nog gezien werden als onderdeel van de seksuele revolutie en een toevoeging bij de lijfelijk liefde, was daarin te lezen dat er vrouwen en mannen zijn die hun geslacht insmeerden met smeerworst en dat door hun hond lieten aflikken. Daar wordt nu misschien anders over gedacht, denkt u.
vrijdag 25 december 2015
Wit dingetje
Het is de eerste koele ochtend sinds maanden. Onder de douche vandaan, terug in de keuken om het gas onder de percolator uit te zetten, ziet u dat de fixie van uw zoon er niet is. Het is geen grote keuken, het appartement is sowieso niet groot. Behalve nu, nu de deuren van de kamers van de kinderen gesloten blijven.
U brengt de dagen binnenshuis door en probeert te werken. U zit aan de Kleine Tafel bij het raam met de handen in de schoot. Het ontbreekt u aan discipline om bij het licht van de kleine lamp Lof der schaduw te lezen terwijl u, zo nu en dan opkijkend, nacht en schemer ziet verdwijnen.
Beneden, ver weg in de tuin, wandelt een vrouw met een hond; dan twee kinderen met schooltassen en een oude man die een zakdoek uit zijn zak trekt waarbij een wit dingetje meekomt. Hij merkt het niet. U onderdrukt de impuls het zware bruine vest en de veterloze schoenen aan te schieten om het witte dingetje te bekijken.
Van alles bent u zich bewust: de bewegingloze woonkamer, de stem van een montere vrouw op de radio die vertelt dat de winnaar van de muziekvraag een jonge vrouw is die Noorse letterkunde en klarinet studeert. De presentatrice doet geen moeite om haar bewondering voor deze dubbelstudie te verbergen. De suite voor klarinet en piano, op.10 in Es gr.t. Elegie, Busoni, wordt onderbroken door nieuws en weerbericht.
Meteorologen kunnen geen langetermijnvoorspellingen doen, vindt u. De moeite die de mens doet de natuur te dresseren is nutteloos.
De koffie die u in uw favoriete kom schonk is nu koud, toch drinkt u die op omdat u denkt dat de cafeïne helpt helder te blijven.
Het witte dingetje is verschoven zonder dat u hebt gezien hoe. Iemand moet er tegenaan geschopt hebben, per ongeluk, of expres uit nieuwsgierigheid om te zien of het dan van schrik onder de struiken zou wegschieten of als een naaktslak ineen zou krullen. De oude man die terugloopt herkent het niet als iets dat uit zijn zak is gevallen.
maandag 30 november 2015
De snackcorner
In het warenhuis bent u in de snackcorner aan een tafeltje gaan zitten buiten het zicht van winkelende bekenden, afgeschermd door een muur.
Een vrouw, gevolgd door een man, komt binnensloffen en speurt nadrukkelijk in verschillende richtingen naar de vrije plekken en de etende mensen die er zo bij zitten dat ze voorlopig niet weg lijken te gaan. Ze zijn de Kleine Stad.
Nadat de vrouw en de man met hun rollators een tafeltje hebben bezet lopen zij, nu zonder te sloffen, naar de counter. Hij wijst naar de croissants, die wil hij en koffie, in zo'n hoog glas. Van de stapel links van het grijze luik pakt zij een dienblad en neemt met de plastic tang twee croissants. Hij loopt terug naar de tafel.
Voordat ze in hun broodjes bijten roert hij met nadruk om beurten in haar en zijn glas cappuccino, rangschikt de papieren servetten, schuift het meegebrachte bestek weg en slaat vluchtig een kruis. Zij volgt.
Tijdens het kauwen geeft hij haar aanwijzingen hoe zij haar tas en het zware bruine vest op de stoel naast zich moet zetten. Zij staat op. Zij heeft wat losse munten uitgeteld die zij aan de beheerster van de toiletten geeft, en knikt van daaruit in zijn richting, de beheerster knikt ook.
Als u weg wilt gaan moet u de drang onderdrukken het bordje waarop uw saussijzenbroodje lag op tafel te laten staan. Bang hierop gewezen te worden brengt u het toch naar de trolley rechts van het grijze luik.
vrijdag 20 november 2015
Vest
Vest bezit hebbelijkheden waarmee het zich kwalitatief van andere vesten onderscheidt; het is vegetarisch, het rugpand, de mouwen en de enigszins opstaande kraag zijn gebreid uit chunky wol met pendikte 8. De borststukken zijn van imitatie-suède dat makkelijk kan scheuren. Net boven de heupen zijn, als twee luikende ogen, ingenaaide zakjes. Daar is het imitatie-suède door de duim en vinger verkleurd, zoekend naar de Ronson benzineaansteker en kleingeld.
Vest lijkt op een collega en heeft ook iets weg van de colberts in de gangkast. Die deur wordt slechts een enkele keer geopend om met de gestrekte arm een uit zwang geraakte kledingstuk weg te hangen.
Een woekerend voorgevoel zegt dat de verborgen jasjes met elkaar een verhouding zijn aangegaan. Het zicht op één arm en het lichtloze daarachter leidde tot dat winderige gezang.
Vandaag ligt Vest op tafel en wordt met gestrekte arm en uitgestoken wijsvinger aangewezen en afwachtend aangekeken. Vest is een goeie doodzwijger.
zondag 4 oktober 2015
Spaar voor gratis messen
Tenslotte is ze thuis en heeft de was, die haar dochter vanmorgen vroeg heeft gedraaid, in de bijkamer op het rek gehangen. Ze overweegt de kleine aardappelen alvast te koken en vanavond op te bakken. Onbespied staat ze voor het keukenraam en kijkt meditatief naar de tuin, naar de hoog opgeschoten stengels van de aardperen, de tegenstelling die de grote frisgroene bladeren vormen met het vergrijzende rood-roze van de hortensia. In de plataan is een enkel blad al vergeeld.
De trein van 08.49 reed een onbetekenend betonnen station binnen waar een groep jonge mensen instapte, druk pratend en wijzend op hun smartphones.
Dat zijn studenten, dacht ze, en het volgende station is dat van de eeuwenoude universiteitsstad. Daar zullen ze uiteenwaaierend naar de collegebanken gaan. Een bijzondere stad met boulevards en achterafstraatjes waar zij heimelijke pleziertjes beleven en niet naar de uitgestrekte velden omzien die zij zullen moeten ontginnen; dat zal wel spelenderwijs gaan.
Dat ze in de stiltecoupé was gaan zitten viel haar pas op toen ze uit het raam keek en haar ergernis voelde groeien door de pratende vrouwen. Natuurlijk, dit is onze onbedwingbare behoefte, dacht ze. Zo probeerde ze de oplaaiende ergernis te dempen en verweet zichzelf niet in de stemming te kunnen komen de vrouwen terecht te wijzen. Ze voelde haar maag krimpen, het was de angstige misselijkheid die naar de bleke verlammende woede schoof.
Toen de trein wegreed las ze op een reclamezuil: spaar voor gratis messen.
donderdag 17 september 2015
Stadsman
Het is zo'n zomerse dag. Het kwik stijgt naar diep zuidelijke waarden. Nieuwslezers roepen een weervrouw enthousiast toe of er al een of ander record is gebroken.
'Bijna!', schreeuwt zij, 'het scheelt een achttiende graad.'
'Hoe gaat het nu verder? Is een invasie van exoten te verwachten?'
'Nee! De hemel zal vanuit het westen dichttrekken, de wind zal toenemen en avontuurlijk weerlicht en donder komen aanrollen.' en zij wijst op de foto die eerste luitenant Lansink vanuit zijn uitkijkpost naar de studio overseinde.
Van Veldhoven veert op als het bevrijdende geraas klinkt, geen B25 Mitchel met brooddroppings. Niets doet hem meer plezier dan regen op snikheet asfalt. Onbeschroomd staat-ie op het balkon, snuift de industriële stadslucht op, zijn torso gloeit er van.
donderdag 20 augustus 2015
Een Noorse bakkerswinkel
Er is geen aanwijzing, niet in het boek dat vader leest of in de stem die hem doorgaans het een en ander influistert maar is zijn conclusie; 'ik richt een Noorse bakkerswinkel op...!'
Aan de basaltstenen achterwand hangt hij een smalle plank waarop gevlochten broden moeten gezet. De ruimte tussen de toonbank en de muur is klein, kleiner dat dan hij er begrip voor heeft, een man én een vrouw van normaal postuur kunnen er niet keren.
De platte broden zet hij als moderne romans voor het winkelraam en een vrouw met fijnbesneden gezicht en oplichtende ogen gaat er naar vragen. Eerst wrijft ze aan haar schort de handen droog.
Vader kent deze soort, zij vangen meeuwen, bijten ruwweg de kop van de kabeljauwen en met beekheldere stemmen stellen zij vragen over het brood.
donderdag 6 augustus 2015
De kuip

De accuboormachine van een betrouwbaar merk, door de gore knuist omklemt, nadat met de machine, waarin een tienmillimeter houtboor steekt, een gat geboord is in een bruine plastic kuip die uw vrouw bij het goeiedoelenwinkeltje kocht, rust op de dij van het rechterbeen dat over het linker is geslagen.
Zij stort zware zwarte grond in kuip en zet er jonge sla in.
Naast die kuip zit u, als de gehuurde jager, op de klapstoel – aan de stoeprand gevonden – en wacht tot de kat een klein gat in de schutting zal gebruiken de tuin in de sluipen om in de verse aarde haar vlag te planten. Met soepele pols weegt u de machine.
zaterdag 25 juli 2015
Wemelen
Overal in huis hangen zeer kleine spinnen. Als die niet worden gedood zal het over een maand wemelen van de woest tandenknarsende dieren. Kastdeuren moeten met zorg worden geopend om de gesponnen draad niet te breken.
Maanden is hier op gewacht...
En er bestaat een dier dat onder de huid van anderen eieren legt. De bult, zo groot als een steenpuist, is dan het nest. Als de gezwollen puist op het hoofd opengaat zoeken de jonge dieren tussen de haren een uitweg.
In de tuin slaat de merel aan. Die waarschuwt de jongen voor de poes.
Op spinnen, fruitvliegen en muizen na, worden in huis geen dieren verzorgd en opgejaagd.
Wemelen is een fijn woord als weerwil, Wim en waarachtig.
zondag 19 juli 2015
Oeverloze fantasieën
De kast staat net niet tegen de verwarming aan, er is een kier gelaten. Eerst werd er aan een gleuf gedacht, dat het wel zoiets zou zijn, daar leek de ruimte te krap voor. In de nauwe ruimte worden de plastic tassen bewaard.
De linkerelleboog rust op tafel en de wijsvinger drukt tegen de lippen, de archetypische houding achter het beeldscherm; ... is het 'bewaren' wat er in de kier gebeurt?
Het zijn de tassen uit de Franse supermarkt, vaal versleten maar nog bruikbaar. Het is opbergen, net als de borden van het servies. Het verschil is dat de tassen in de kier gepropt worden en de borden in de kast niet. Het proppen gebeurt zonder die broeierige gedachte die in een overvolle trein ontstaat.
Toen de tassen tussen de kast en de verwarming werden weggetrokken, is er een herinnering aan de broers: één van hen is op pad de ander gaat met de koffie aan tafel zitten en hoort de klok. Van hun laaggedakt huis, halverwege de helling, staan de ramen open. Gisteren was er daar beneden reuring. Het water dat er naartoe stroomt was tot aan de rand gestegen. Wrakhout, dachten beide mannen weer eens, dat zou daar van pas komen, net als een vlot. Maar hier in de buurt kan er geen schip vergaan en het magnetisch veld, is hier niet.
Zij verkiezen de helling boven het dal en oeverloze fantasieën inplaats de handen uit de mouwen te steken.
Het is fijn aan de broers te denken alsof het familie is.
Abonneren op:
Posts (Atom)

















