dinsdag 28 augustus 2012

Opsmuk.

In de Amsterdamse Javastraat koop ik de groente en het fruit bij de groenteboer, dat staat op het raam van de winkel, 'Groenteboer'. Daar zijn er veel van in de Javastraat, zij aan zij. Ik wachtte met de blauwe plastictasjes vol sinaasappelen, aardbeien, granaatappelen en paprika's in de rij bij de kassa op mijn beurt. De man erachter voerde met zijn mobiele telefoon een gesprek in een taal die ik niet verstond, hij verhief met regelmaat zijn stem en tikte de bedragen van boodschappen in, wees dan hoofdknikkend naar de klant, op het display. De wachtende keken toe. Ik dacht na over het verhaal dat hij aan de ander vertelde, over de taal waarin hij sprak. Mijn zoon gaat graag met Jasin om, eerst woonde hij om de hoek nu het zijn land van herkomst, de herkomst van zijn ouders. Ik sta mij erop voor Turks te herkennen zodra het in mijn buurt gesproken wordt, het algemeen beschaafd Turks. De man achter de kassa sprak vast een dialect of hopelijk zelfs Koerdisch, in dit land kan je zonder problemen zijn die je bent. De rij slonk en ik was aan beurt, de man verontschuldigde zich voor de gang van zaken, het stoorde me niet zei ik. Een of andere overheidsdienst had eerder die dag zijn partij Ariƫl in beslag genomen omdat het namaak was en hoe hij dat nou kon weten. Hoe dat met spijkerbroeken, en sinds mijn zoon een weekje bij Jasin in het thuisland doorbracht met horloges zit, snap ik. Wasmiddel? Ik zou het periodiek systeem van Primo Levi weer moeten gaan lezen. Zoals een Amsterdammer dat betaamt werd de groenteboer er schijtziek van, het kostte hem de inkoop, de verkoop en de vernietigingskosten. Voor mijn groente en fruit betaalde ik een bedrag waardoor het een winkel zonder opsmuk blijft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten