In de trein van de grote naar de kleine stad zit ik tegenover een jonge vrouw, zij leest het boek over een gestorven zoon, haar leeftijdgenoot. Haar ogen vol leestekens dwalen kruiselings door de coupé en over de polders, ze zien rustende reigers en halsreikende zwanen.
Mijn telefoon gaat, het is een bericht van mijn zoon en meldt zich als een deurbel, ding dong; daar is de dood. Hij schrijft; ‘na een sterfbed van twee weken en na twee jaar ziek zijn is Beshat Üvez, de vader van Ruben, mijn academie-kameraad waar ik vaak ben, overleden. Hij is in rust gestorven, zonder pijn. Ze begraven hem deze week in Turkije.’
De krant waarin ik las plaatste een gedicht van Eva Gerlach;
< het is raar gesteld met de doden,
schuiven in je aan, zitten met hun
holtes in je knieën, hun kootjes
in je vingers een brief te schrijven,
even sloom als jezelf, even beperkt op de hoogte
van weerbericht en genade, twijfel en kostprijs>
© Peter Prins
Geen opmerkingen:
Een reactie posten