maandag 5 december 2016

Het boek, een jankende hond


De schrijver en de interviewer zitten aan een tafel. De productiemedewerker heeft er twee glazen water klaar gezet en het lijvige boek. Aan het eind van het gesprek nemen de schrijver en de interviewer bij wijze van afsluiting een slokje.
Zij spraken over het boek, over de inhoud en de personen die in het boek figureren. De interviewer laat zien dat hij het boek aandachtig gelezen heeft. De schrijver stelt dat op prijs. Niet dat hij de interviewer daarmee openlijk complimenteert; hij ontspant, niets van de letterlijke inhoud van het boek zal worden prijsgegeven. De personen die in het boek figuren worden op afstand bekeken. Gedurende het gesprek tilt de interviewer het lijvige boek op, houdt het voor het oog van de camera en prijst het aan. Beide zijn goede sprekers die ons weten te boeien.

Als wij langs de boekwinkel lopen schiet ons dit intelligente gesprek te binnen. Zouden wij het boek nu willen kopen, en ons er dagen dagenlang door in beslag laten nemen? Zeer korte verhalen zijn praktischer, denken wij alles afwegende. Na het slot kan een was gedraaid en onbekommerd de tuin ingelopen worden, de wasmand op de heup, zonder dat het lijvige boek als een jankende hond binnen achterblijft.


© P. Prins / Pen & Papier® in samenwerking met De Blauwe Pen®

maandag 28 november 2016

Theedrinken


Verderop wordt nog wat tennis gespeeld. Spel van de derde garnituur, mensen uit de buurt, na de middag in 't cafe. Dit is zo'n beetje de enige heisa, op een stuk of negen mannen in bovenmaatse regenjassen na; zij sjouwen met hekken, rollen de geblokte linten af die zij na het uitstoten van commando's en het maken van brede gebaren weer oprollen.
Naast de deur waar net een bleek zonnetje schijnt, de ketel ruist en het water de pot in kan, is het rustig. Het gekrakeel en de honderden meters die omgelopen zouden moeten worden vanwege het rozenfeest, is uit het zicht van de broers. Zij kijken afwisselend naar mekaars ongeschoren bakkesen en de stapel kranten. “Die berg kan nu de kachel wel in,” oppert de tien minuten jongere. De oudere heeft er moeite mee, met het afscheid van de berichten. “Moeiteloos doorbraken ze de sleur.”
“Dat zeg je best aardig, zo poĆ«tisch.”
“Ik bedoel het toch echt anders.”
De jongste zwijgt, hij wil de lummel niet zijn, een misverstand is sneller dan een schot hagel, die kranten staan er vol mee, met dat soort trammelant. Hij schenkt het water in de pot en doet er twee scheppen lapsang souchong bij; even schakelen naar een ander onderwerp.
“Die bank, die van onder de appelboom, kan die naar de buurman? Hij tikte eergisteren tegen de ruit en stak zijn duim omhoog dat-ie het wel ziet zitten.” De oudere loopt naar het raam.
“Geef-em dan ook van die sla, die is nu groot, de rest kan aan de kant van de weg, tien cent de krop. En dat theedrinken, daar houden we ook maar eens mee op.”

zondag 20 november 2016

Wartburg

Wartburg

Van Veldhoven opent het portier van de gele auto. Had hij dat met de gebruikelijke nonchalance gedaan dan viel het ongetwijfeld van de scharnieren. Eenmaal dichtgetrokken lijkt het wel in het koetswerk te willen blijven zitten.
“Niet tegen leunen als je rijdt, anders flikkert het toch nog op straat,” adviseert eerste luitenant Lansink b.d., die de auto voor een habbekrats op de kop tikte en in de richting van het oosten wijst.
“Iedereen daar rijdt er in zo'n ding, vergeet niet onder motorkap te kijken, dan leer je nog eens wat”.
Het pad op de dijk achter lijkt wel geschikt om die koffiemolen, volgens Alicia, uit te proberen.
Het is weer wennen om na het wanhopige gekreun van de startmotor aangeduwd te worden. Maar minder onbegrijpelijke elektronica in een auto, en 'duwen..!' te roepen, 'nu in z'n twee, dan gas en in zijn vrij!' vindt Van Veldhoven een wereldverbeterende gedachte.
Zo'n beetje in de bocht, waar als het plenst een poel met snel opschietend riet ontstaat, glijdt de Wartburg van de glooiing. Melodramatisch duwt Van Veldhoven het zonneklepje omhoog. De drassige grond heeft de profielloze staalgordelbanden als oude vrienden omarmd.
“Gaat het een beetje...?” vraagt Alicia. Van Veldhoven draait het portierraam omlaag,
“Ik dacht dat het papavers waren, dat daar waren vuurvogels, maar nee: het waren huzaren, huzaren...” *


*uit: Vruchteloos, Adriana Symariska

zondag 13 november 2016

Zwart


Buiten is het nog zwart, zwart als de man die munten in de sigarettenautomaat stopt en aan de lade trekt en dan luidkeels haar naam uitschreeuwt. Zijn dronken stem slaat over bij de dubbele klinkers, die kaatsen tegen de gevels. Ze kreunt, hij draagt dezelfde dubbele klinkers in zijn naam. Zijn donkere huid en tongval van een ver werelddeel maken haar genotzuchtig kosmopolitisch. Ze schuift het raam open. Hij weet dat ze komt, altijd. “Hij doet het niet,” en wijst op de automaat. “Je moet er ook genoeg ingooien.” “Dat deed ik.” “Als je dat deed, dan doet-ie het, anders niet.” “Nu niet,” daarna flemend haar naam.
Weer gaat ze naar beneden, weer pakt ze van achter de toonbank zijn sigaretten en weer zoekt ze in de winkella de sleutels. Dat de peignoir bij het aanreiken van de Miss Blance wat openvalt, zijn stem weer zacht wordt, maakt haar buigzaam.

woensdag 9 november 2016

Wim


Poepend tel ik het aantal rollen wc-papier en moet aan Wim denken die de ramen van zijn huis niet lapte. Toen het kon liet hij zijn snor staan omdat hij een bewonderaar van Nietzsche was geworden. In de winkel op loopafstand van zijn huis verzorgde hij de administratie en strekte heimelijk lachend zijn benen onder het bureau.

maandag 7 november 2016

Meditatie


Op tafel ligt een kaartje, een afspraak bij de dokter, eigenlijk bij de sociaalmedisch verpleegkundige, om bloeddruk te laten meten. Er zijn medische handelingen die een sociaalmedisch verpleegkundige, even goed als een arts, kan uitvoeren. Tijdens de meting, die enige tijd gaat duren denk ik aan de zestiengangen versnellingsbak in de hoop deze te begrijpen. Een versnellingsbak of gangwissel wordt in bijna alle motorvoertuigen toegepast om het vermogen van de verbrandingsmotor op een efficiƫnte manier naar de wielen over te brengen. Een verbrandingsmotor levert zijn maximale vermogen slechts in een beperkt toerentalgebied. Een versnellingsbak zet het optimale toerental van de motor om naar een ander, in tegenstelling tot wat de naam zou laten vermoeden, doorgaans lager toerental van de cardanas. Vaak wordt hierbij ook nog gebruikgemaakt van een toerentalsensor.

vrijdag 28 oktober 2016

Sardientjes


Sardientjes uit blik, bij het ontbijt, de kop mag er wat haar betreft best nog aanzitten. Ze bedenkt dat het blik met die glanzende lijfjes in olie gedrenkt dan wel groter moet worden. Hoe fabrikanten dat productietechnisch aanpakken, daar haalt ze d'r schouders over op. Een knapperig wit broodje, een fijngesneden teentje knoflook en daarna een voor een de glimmende zilveren lijfjes voorzichtig van tussen de anderen weggetild, op het witte dekje gelegd. Neuriënd, de lippen losjes gesloten, dekt ze twee aaneengeschoven visjes met het andere deel van het broodje toe.
Van dooie vis met kop zoals gerookte makreel of bokking, die met plastic omhuld bij de super liggen, raakt zij niet van slag; van paling wel, de schubloze lijkenvreters. Het paardenhoofd met touw uit het water getrokken en dan die snotslangen kronkelend in de oogkassen, droegen bij tot de bestaande gruwel.
Door het eten van sardientjes komt dat typische gevoel, zoals na lange tijd weer eens een glas vino verde schielijk leegdrinken, die Zuid-Europese nonchalance en de Portugese handen.
De van elkaar onafhankelijke verkopers van ingeblikte sardientjes hebben de verrassende gewoonte de prijs van de blikjes in hun winkels te laten verschillen. Het scheelt een paar cent, maar het scheelt. In dit verschil en in de afstand tussen de winkels vindt zij haar ouders terug: vader het enige kind uit een welgesteld middenstandsmilieu en gespeend van vrekkigheid, moeder een van de elf uit een landarbeidersnest voor wie het maken van meters en minuten te voet, om het verschil van vijf cent per blik te overbruggen, noodzakelijk was. Wat je van ver haalt is lekker.
Door die vondst kocht zij in een winkel, een Aziatisch pakhuis op een industrieterrein aan de noord-oost kant van de ring, ver van het centrum van de stad, een blik met in olie gelegde sardienen. Had het de smaak te maken met die geur van zeewater zo vlak onder die zonnige kust? De Portugese handen in elk geval, lagen weer tegen d'r heupen.

donderdag 20 oktober 2016

Koninklijke mores


Oma en kleinzoon rijden met de trein langs de bosschages, die tegen de horizon aan, waarachter een paleis wordt vermoed. Dat lijkt het kleinkind wel wat, in een paleis wonen en in het woud er omheen spelen, voor lange tijd onvindbaar zijn, zijn ouders om hem horen roepen. Oma heeft voor de reis het zware bruine vest aangetrokken. Nu brengt zij het kleinkind de consequenties van de koninklijke mores in een paleis bij: 'je zou dan niet zomaar of ineens, zoals nu met mij, of later in je eentje, met de trein ergens naar toe kunnen gaan.'

donderdag 13 oktober 2016

Zondag



Twee jonge mensen, een oudere vrouw en een neo-vitale man rijden over 's lands wegen, een nieuw wegdek, een langere remweg en een stuk of zes ver uiteenstaande windmolens. Zij gaan noordwaarts en zien het gras in de berm achter de vangrails wuivend voorbijschieten. Voor hen rijdt een caravan, getrokken door een Zweedse familiewagen. Het is zondag. Een dag zonder kabaal. Morgen is dat anders.
Ganzen trekken in V-formatie over. Het is niet duidelijk of die gaan of komen. De afstand tussen de beweegredenen van de vogels en de kennis van het gezin over de jaarlijkse trek is even groot als de afstand tussen de klapwiekende vlucht en de voortsnellende auto.
Ondertussen is de caravancombinatie ingehaald. De man achter het stuur heeft zijn ogen tot het kijkgat van een M4 Sherman toegeknepen. Hij is op weg naar het strand. Daar zet hij de caravan stormvast in het zand, zijn campingstoel ernaast. Hij kent de meteorologische voorspelling voor vandaag en reciteert die tot de dag aanbreekt dat het weer opnieuw zo is.

donderdag 6 oktober 2016

De grote trom

Achter mijn rug kwettert een vrouw, zij is de presentatrice van een radioprogramma en vindt de paukenslagen in een klassiek moppie 'heftig'. Ik denk dat ze bedoelt dat het diepe indruk op haar maakt en het haar terugvoert naar een zondagmiddag waarin de plaatselijke fanfare door de straat marcheerde. Haar broer droeg de grote trom en sloeg extra hard toen hij zag dat zijn zusje langs de kant van de weg stond. Zo liet hij haar schrikken. Toen wist ze nog niet dat ze d'r handen tegen d'r oren moest doen. Die broer is in Schotland gaan wonen.

zaterdag 1 oktober 2016

Behalve vandaag draagt hij een grijze pet


Daarnet liep hij heen, nu terug, deze kant op. Heen viel dat blauwe hoedje niet op. Hij liep te ver van het raam, verderop langs de kademuur aan de overkant. De weg terug neemt-ie schuin onderlangs.

Als zij hem 's ochtends ziet en kijkend volgt, draagt-ie de grijze pet. De klok wil ze er niet op gelijk zetten.

Vanmorgen dus, droeg hij dat blauwe hoedje, zo'n katoenen kapje met een rondom flauw uitstaande rand. Zij buigt ver over de balkonrand om hem, langer dan vanachter de kleine schrijftafel bij het raam, na te kunnen kijken.

Als ze onder de afwas aan hem denkt, het benen handvat van de mergboor omklemt, golft haar onderbuik en kleuren d'r konen jodiumrood.

maandag 26 september 2016

Buitendienst (b.d)


Een volgende ontmoeting komt hopelijk vanzelf, niet geloodst door dat diffuse onderbuikse. Eerste luitenant Lansink b.d., nu voltijds professioneel hobbyist, doet de nog naar Z. geurende badjas in zijn nieuwe wasmachine, schept wat zeeppoeder in het bakje, drukt op de startknop en bekijkt zijn naakte lijf in de badkamerspiegel. Dat hem vannacht zijn kracht te snel en met piepende longen verliet is niet te dulden. Z d'r geruststellende, zelfs troostende woorden ten spijt. Nee, het oordeel over het verval is recht voor de raap: 'Edward Lansink, je ziet er uit als een pummel alles aan je hangt letterlijk buitendienst!'

Op een randje is-ie komen te lopen vindt-ie sinds de b.d., en hoopt iedere ochtend weer aan de goeie kant ervan op te staan. Niet in dat gat. Dat kostte te veel tijd om weer over de rand te kunnen kijken. Nee, als er over een rand gekeken moet dan die van een schuttersputje of de daklijst.
De polsen zijn versleten, net als de voeten en de nek. Reden dat zijn lijf en woorden benig zijn geworden. Het demonteren van zijn Heckler & Koch HK416 en het spoelen van de pannen lukt niet meer vloeiend. Of hij zo in zijn voornemen om oud te worden in de schuur bij de broers kan volharden, weet hij niet, kijkend naar de badjas het sop achter de glazendeur van zijn wasmachine. De komende wintermaanden was hij van plan tijdelijk bij de broers in te trekken. Z'n kisten weer aan en er op uit, de nacht in en opa worden van een kleinkind.

vrijdag 9 september 2016

De Lange Vrouw I & II


De Lange Vrouw I

De Lange Vrouw loopt weg van een groep van vier die in de publieke tuin op het brede grasveld moderne gymnastiekoefeningen doen. Zij neemt het pad waar u haar zo nu en dan tegenkomt.

Zij lijkt een interessante vrouw. U groet haar. Zij groet niet terug.
U denkt te klein te zijn met zorgen om de lekkende radiatorbuis die de gasbetonnen muur bovenaan de trap heeft doordrenkt, de verf aantastte. Het vocht zal vanwege de komende koude maanden maar moeilijk verdwijnen.

De Lange Vrouw II

De Lange Vrouw beklimt de stenen treden. Nu staat ze in de hal, de deuren voor en achter zich voor de zekerheid openhoudend, ze is tenslotte de Lange Vrouw.
In de zaal, ƩƩn stap over de drempel, knopen allerhande mensen gesprekken aan. Doen dat met de mastworp.

De ƩƩn weet nog hoe zijn vader toen naar de radio luisterde, de tweede zegt zo'n zelfde herinnering te hebben; te weten hoe zƭjn vader zelfs slapend naar de radio luisterde, de derde zegt zijn vader te zijn vergeten maar herinnert zich wel zijn maaltijd. Er zijn meer vaders kwijt geraakt, in andere landen bijvoorbeeld. Een kleinere vrouw veronderstelt op deze manier voorgoed zonder kinderen te blijven. Vogellijm kan haar kans vergroten. Als de Lange Vrouw bij de anderen onder de hoge zoldering zit steekt ze een kop boven hen uit.

Een stem uit de luidsprekers boven de allerhande mensen zegt dat het nu tijd is; vanachter de coulissen komt een man te voorschijn die zijn bandrecorder het woord laat nemen.

(illustratie door Fransje Prins)

donderdag 1 september 2016

Grand CafƩ


In de buitenwijk staat een gebouw. Daarin zijn ouderen gaan wonen. Die er hopelijk nog monter en op eigen benen naar binnen zijn gegaan. Na de entree stonden ze dan in de ruimbemeten hal, tafels en stoelen, gerangschikt in zitjes. Op een van de twee met goudkleurig skai beklede banken zijn ze even gaan zitten, om te bekomen van de reis en de bestemming. De banken staan op een vaalblauw kleed waarop ook vier ogenschijnlijk uit touw gehaakte poefen staan; twee zijn ook weer vaalblauw en twee vergrijzend wit, geschikt voor zestienjarigen. Dit staat gegroepeerd rond twee salontafelhoge, glimmende rustiek gebarsten houtblokken, waarop de koffie en de thee, die maar niet worden gebracht, neergezet kunnen. De volgeschonken vrolijk bedrukte kartonnen bekers staan koud te worden op de toonbank, sinds enkele jaren de 'counter'. Naast de toonbank is de winkel 'gesitueerd'. Een kwansuis landelijk beschilderd bord erboven duidt een deurloze koelkast met blikjes frisdrank, zes flesjes bier – op is op – en verpakte diagonaal doorgesneden boterhammen, aan als 'winkel'. Op gelijke hoogte met het bord 'winkel' hangt boven de toonbank ontspannen het bord 'Grand CafĆ©'.
Iedereen weet wat een Grand CafƩ is; een grote lichte ruimte het hoge ramen en uitzicht op een zonnig verkeersplein met claxonnerende autootjes en scooters; of met uitzicht op een breed kanaal met lommerrijke oevers of op een levendige boulevard waarover publiek flaneert en de wind speels onder de rokken van geschrokken vrouwen blaast. In een Grand CafƩ drinken vitale mensen cocktails. Zij kijken op hun beeldschermen en praten druk gebarend over wat zij menen te berde te moeten brengen, eclectici die salades met carpaccio eten. Op de terrassen van Grand CafƩ's zitten vitalisten te roken, zij hebben de zonnebril erbij opgezet. In en rondom Grand CafƩ's gonst het.

In de ruimbemeten hal zitten acht oudjes vier aan vier aan twee tafels en prikken in hun zondaggebakjes. Het bord boven de toonbank laat ook nog weten dat er soep, broodjes, uitsmijters en twaalfuurtjes besteld kunnen worden.

woensdag 17 augustus 2016

'Sitting on the porch drinking some ice-cold water'


Voor de deur ligt een verhoogd platform, het bordes, waarop een makkelijke stoel staat. Van Veldhoven drinkt er ijskoud water. Vijf betonnen treden lager het trottoir en de kleine tuin met een minimale verscheidenheid aan planten.
Aan de twintig benedenwoningen aan deze zijde van het woonblok ligt ook zo'n platform dat gedeeld wordt met ƩƩn buur en begrenst is met een blauw geschilderd hek.
Het platform is met geel gemĆŖleerde tegeltjes van vijf centimeter bij vijf centimeter betegeld en tot besluit in de volle lengte langs het blauwe hek met een grijze bies als goot afgezet.
De ƩƩn betracht vegetatieve verscheidenheid in de kleine tuin, de ander volstaat met een ruimte vullende struik. Enkelingen legden zware grindtegels op de zwarte grond vanwege hun scooters.
Er is een brede ruimte tussen dit woonblok en dat aan de overkant. Dat van de overkant wordt, nu, om half zes 's middags, onbekrompen door de zon beschenen. Er staan speeltoestellen in de ruimte, onderanderen om het evenwicht te oefenen, balans te vinden, banken van beton, verschillende soorten bomen en er ligt gras, zoƫven gemaaid.
In de beide woonblokken wonen bovenmatig gevulde mensen, groot en klein. Enkelingen houden honden van uiteenlopende soort en vacht waardoor de dieren niet tot een kenmerkend ras te herleiden zijn. De enkelingen gaan met hun honden naar het rechthoekige park achter de woonblokken om die daar uit te laten; niet in het brede gedeelte tussen woonblokken. Qua dierlijke uitwerpselen, en in het bijzonder dat van honden, blijft dat ongerept. Bij de ingangen van het park worden de honden opgetild vanwege het 'wildrooster' dat is neergelegd om te voorkomen dat honden al dan niet aangelijnd het park binnenkomen.
Op een van de betonnen banken zit een vrouw met een mintgroen truitje. Eerder liep ze met haar kinderen in de supermarkt achter de woonblokken – haar kinderen vragen haar aandacht met het Turkse woord voor moeder 'annĆŖ', de bedrukte 'e' wordt bij het aanroepen een korte tijd aangehouden zoals in de Nederlands, ietwat zeurderig, bij mĆ hĆ Ć Ć m. De vrouw heeft een aantrekkelijk figuur: brede heupen, kleine borsten en weinig ronde vrouwelijke buik. Is ze ƩƩn meter zestig, of zelfs iets kleiner?
Zodra ze gehoor geeft aan haar kinderen, pakt ze de boodschappentas, ze sjouwt een beetje. Van Veldhoven volgt haar trage en charmante gang.
Rond etenstijd raakt het brede veld tussen de woonblokken verlaten. Boven de woonblokken is de hemel onbewolkt, rechts hoog boven het lang gerekte dak de halve maan in het eerste kwartier, als er een denkbeeldige stok aan de heldere halve schijf geplakt zou worden verbeeldt het de 'p' van premier, in de kruinen van de verschillende bomen wordt de wind zichtbaar, vijf beaufort, minstens. Morgenochtend zingen de kraaien weer.

zondag 31 juli 2016

de hobbyist


De oude wasmachine begon met de dag dramatischer te rammelen. Eerste luitenant Lansink, vanwege zijn opvattingen buiten dienst geplaatst, vroeg de reparateur langs te komen in de hoop dat die met magische handelingen de souplesse in de machine kon doen terugkeren. Hij komt langs, zegde een lieve collega toe. 'Dat zal pas over twee dagen kunnen, tussen acht uur 's morgens en ƩƩn uur 's middags. Ja, zo gaat dat nou eenmaal.'
De man monsterde de oude machine, zette er ostentatief een attachƩkoffertje op, klapte dat open en startte de daarin verborgen computer. Onder het uitspreken van de schrik aanjagende woorden: 'We gaan dit ding eerst eens even compleet uitlezen', plakte hij magnetische sensoren en een zuignapje tegen de voor- en zijkant. Op het scherm van de computer lichtte een icoontje op waarin een groen balkje van links naar rechts kroop. Bekomen van het woord 'ding' vroeg Lansink wat de computer allemaal te weten zou kunnen komen. 'Alles, meneer de eerste luitenant, alle mankementen, alle wasbeurten die gedraaid zijn sinds de aankoop, alles zit in het printje opgeslagen, en dat krijgen wij zometeen te zien.' Ook het illegale..? die roekeloze wasbeurten die Lansink in het halfschemer van de badkamer deed, die vermetele wasbeurten die hem de man maakten die hij nu is: een voltijds hobbyist. De machine gaf niets prijs, bacteriƫle slijtage was goddank tot diep in het printje doorgedrongen en had het geheugen omgezet in roest en pluizig wit-groene schimmel. De reparateur draaide met de hand de trommel wat heen en weer, luisterde naar het gekraak en maakte de hoofdrekensom: alea iacta est.



Voordat de nieuwe wasmachine kon komen moest eerste luitenant b.d. Lansink een grondig warenonderzoek doen: De cost gaet voor de baet uyt, de VOC mentaliteit die hem net zo eigen is als de Heckler & Koch HK416 die hij 's nachts wadend door de heuphoge branding boven zijn hoofd drooghield en het land van een door zijn baas aangewezen despoot bevrijdde.
Nu staat de nieuwe wasmachine er. In de armen van een krachtpatser, met het postuur van een rugbyspeler werd het naar de badkamer gedragen. En de oude, honderd kilo zwaar, naar beneden.
Moderne wasmachines zijn elektronisch complexe apparaten en maken een lijvig hoe-het-moet-boek noodzakelijk. Om het te dresseren, aan te voelen met welke druk op welke knop het wel of niet naar Lansink's zin zal reageren heeft hij er een makkelijke stoel bij gezet. Met een fles Chardonnay en wat algemene knabbeltjes bij de hand, het 'hoe-het-moet-boek' op schoot, het licht gedimd, laat Lansink de nieuwe machine de eerste wassen draaien; de bonte en de witte en de met synthetische krullen gevulde dekbedden van de twee broers, die in een staatsgreeprijk land de resten van een oude beschaving aanwijzen.

zaterdag 23 juli 2016

Krukje


'Kijk' trots wrijft Van Veldhoven met een doek over de deur, 'echt kastanje, van de boom die daar heeft gestaan, waar nu die scheve groene parasol is, bij dat tafeltje, naast de frambozen. DƔƔr. Overgrootmoeder, klein kind nog, duwde die zacht glanzende noot, het besluit van de zomer, met de duim in de grond. Er moesten jaren overheen gaan toen er op die bewuste avond ongeduldig werd rondgekeken en boos gevraagd waar zij deze keer nu weer was, die wispelturige dragonder die uit het niets was komen aanwaaien en onze taal sprak, met een accent weliswaar. We waren allemaal klaar, gekleed voor de rit naar het concert. DƔƔr, werd er plotseling geschreeuwd, dƔƔr is-ze, ze hangt aan de boom. Het krukje, vlug, schiet op, pak dat ding, anders zijn we er te laat bij, waar is dat stomme krukje, waarom sleept iedereen het ook overal mee naar toe zonder het terug te zetten waar het hoort, daar waar het gewoon gevonden kan worden als het nodig is!'

'Zij schopte het onder zich weg en het tuimelde pardoes in de sloot. De wind kreeg er vat op en blies het als een vlotje naar het kanaal en de sluis, waar de klippers en coasters wachtten geschut te worden om dan naar zee af te glijden.'

zondag 3 juli 2016

Het muurtje en het kalf


Doodgemoedereerd loopt Van Veldhoven naar het muurtje bij de dam
verderop. De broers hadden het gezet als erfscheiding zeiden ze. Dit hier,
wijzend naar het gras, het riet, wat ganzen en eenden, hoort aan ons, en
verderop is het van hun. Wat met 'hun' werd bedoeld begreep Van
Veldhoven: hun die aan het eind van de dam, op het vasteland zeg maar,
hun huizen en schuren bouwden. 'Ons' betekent dat hij het lapje gras deelt
met de broers en moet onderhouden. Dat, als hij vanaf de dam deze kant op
zou komen, zij bijvoorbeeld tegen hem kunnen zeggen dat-ie daaraan moet
doen: het riet snijden en het gras wegzeisen.
Het muurtje is hoog genoeg dat-ie er zonder moeite op kan gaan zitten,
zonder sprongetje of door z'n knieƫn te moeten zakken. Dat hadden die
mannen toch wel mooi voor mekaar.
Er schijnt een bleek zonnetje en de gele en paarse morgenster houden het
bloemblad gesloten. 'Wat het weer betreft belooft het vandaag niet veel
goeds,' mompelt hij.
Van over de dam komt Alicia aangelopen, ze heeft een kalf dat, gelijk Van
Veldhoven, doodgemoedereerd meesjokt aan een touw. 'Wat moet dat kalf,'
vraagt VanVeldhoven. 'Hier,' zegt ze, en wijst naar het gras. 'Zou een geit
niet beter zijn?' 'Nee, joh, aan een koe heb je meer.' 'Het is nog een kalf.'
'Klopt, je moet ook wachten.' Het dier kijkt nogal dom in de verte, waar het
zojuist vandaan kwam. 'Zou het terug willen?' vraagt Van Veldhoven zich
hardop af, 'erg snugger lijkt het niet.' 'Het heeft gewoon een treurige snoet,
dat hebben koeien nou eenmaal' bezweert Alicia en gaat naast Van
Veldhoven zitten, 'en, het went wel, jullie allebei, geef het wat tijd, mooi
muurtje trouwens.' 'Hebben de broers gezet, als erfscheiding.' Alicia knikt
instemmend, het kalf begint met grazen.
©

vrijdag 24 juni 2016

De glottale fricatief


Nooit heb ik geweten dat zijn naam met een 'h', uitspraak 'hĆ”', – hierbij heft men bij wijze van groet enigszins de gestrekte rechter-, of zo men wil de tot vuist gebalde linkerhand – erbij geschreven moet worden, horen doe je de 'h' niet. Het is een zachte klank, de spiritus lenis. Hoewel? Terwijl ik dit schrijf hoor ik mijn stem de naam fluisteren inclusief de 'h'; in aanzet tot de 'eu' alvast wat lucht laten ontsnappen aan het opengezet strottenhoofd.
Voor mijn geestesoog; een prachtig instrument en de reden dat ik geen verre reizen onderneem, wordt de scene zichtbaar dat ik'em zie lopen over de dam op weg naar de winkel, ik fiets hem dan tegemoet, steek mijn hand op, haal diep adem, zet mijn middenrif eens flink open en roep; 'hĆ” Teun.' Fout! Door de kracht is de 'h' losgezongen uit de naam en tot de groet gevormd.

Heerlijk die letter, hij is er, je hoort hem die anderen '
anschmeicheln' , dan is ie stil, dan blaast'ie als Boreas door het zwerk…hoor!
Gezegend is de man die'em in z'n naam draagt,
altijd heeft hij een toevluchtsoord!

vrijdag 27 mei 2016

Soep


Ze zitten bij Alicia aan tafel en eten er soep. De courgettes waren in de aanbieding, zo'n beetje voor de helft van de prijs. Tussen het slurpen door wordt gepraat. Waarover is niet na te vertellen, denkt Alicia. Niet dat het geheim is, of onder de pet gehouden moet worden, het gaat domweg van de hak op de tak, maar is de moeite van het meedoen waard. Kletsen.
Lansink zit weer eens naast Van Veldhoven en hebben het over de begrafenis waar Lansink morgen naartoe moet. De broer van zijn zwager is dood. Waaraan die stierf weet Lansink niet. Het heeft hem wel aangegrepen, hij is moe van alle treurigheid.

De twee broers zouden ter sprake zijn gekomen als zij niet bij deze soepsessie aan tafel zaten. Een plan zou dan aan de hand moeten worden gedaan om de mannen bij het jonge vee weg te lokken en ze niet te laten vergeten tripes mee te nemen. Goddank zitten ze aan tafel, op Alicia's emotionele reactie hadden ze niet gerekend. De tripes komt na de soep.

Lansink is er voor uit Chongqing teruggekomen. Hij heeft het naar zijn zin in die miljoenenstad, constant in aanbouw en ontvelde hondenkoppen op een wollen kleed voor de deur. Voor soep, vertelde Chi, zijn buurvrouw, en na het slurpen zijn minnares. 'Kijk,' liet ze hem zien, 'dit zijn vast chiwawa's geweest, dat is genoeg voor ons twee.' Er over schrijven in brieven met aanhef: 'dierbare vrienden', doet hij niet; foto's, daarmee moeten ze het hier doen, en erover praten zoals nu bij Alicia aan de courgettesoep.

Tussen het eten en praten door oefent iedereen alvast op de aanstaande langjarige afwezigheid van Lansink en de broers. Hoe dat zal uitpakken. Houden de broers de kop weer omlaag, alsof ze jong vee rondom de benen zien krioelen? Gaat Lansink op natuurkundigenwijze de formule van het vliegen opnieuw uitrekenen? Alicia gooit een hand dobbelstenen tussen de borden, drie enen, een vijf, een twee en een vier: een combinatie die ze niet eerder heeft gegooid.